vrijdag 19 augustus 2011

Vergeten

Wie de documentaire Verdwaald in het Geheugenpaleis nog niet heeft gezien: van harte aanbevolen. Gisteravond was de film op tv te zien als Holland Doc. en ik was er zeer van onder de indruk.
Klara van Es heeft zo'n teder en respectvol portret gemaakt van drie vrouwen in de eerste fase van de ziekte van Alzheimer. Drie vrouwen, totaal verschillend, maar alledrie ongetwijfeld ooit bijdehand, zitten in het bijzonder pijnlijke stadium van weten dat je het niet meer weet.
Welke dag het vandaag is, wie de mensen op de foto's zijn die ze al jaren in hun kamer hebben staan. Tot uiteindelijk niet meer weten hoe je een boterham smeert en dat het geen thee is die je drinkt uit een melkkannetje.
Dan is de onvermijdelijke dag gekomen om samen met de verzorgster het koffertje te pakken voor vertrek naar het naburige verpleeghuis. 'Een degradatie' noemde een van de andere drie vrouwen dat eerder. Inmiddels beschouwt zij haar voorland ook al met gelatenheid, terwijl nummer drie haar verzekert dat zij tegen die tijd wél pillen aan de arts vraagt.
Toch hebben de vrouwen met hun medebewoners soms veel plezier, bijvoorbeeld om de droom van een van hen dat zij een miljoenenprijs had gewonnen. Of dat vergeten en verlies wegvallen wanneer een vrouw intens en zuiver 'La vie en rose' van Edith Piaf zingt op een familiedag. Dat ze voor even gewichtloos zijn in het zwembad. Die kleine geluksmomenten maken de film over de ontluisterende ziekte misschien alleen maar schrijnender.
Geen spoor in deze film van pyjamadagen, verwaarlozing, tekort aan personeel en gespecialiseerde artsen, en steeds meer bezuinigingen. Dat is helaas ook realiteit, maar geweldig om nu eens de rust en toewijding te zien van personeel en vrijwilligers bij wie de bewoners in vertrouwde handen zijn.

Zondag 21 augustus is de film om 23.20 uur te zien op het Belgische net Canvas. Op 18 september draait Verdwaald in het Geheugenpaleis in Utrecht in het Louis Hartlooper Complex ter gelegenheid van Wereld Alzheimer Dag.



dinsdag 16 augustus 2011

De ziekte van Smirnoff

Hoe heet de ziekte die een alcoholist kan krijgen?
A. De ziekte van Smirnoff
B. De ziekte van Korsakov
Optie A is natuurlijk een grapje, net zo goed als ik de moeder in mijn boek 'Zat' het nieuwe hondje Wisky laat noemen. Maar daar houden de - ietwat wrange - grapjes rond het boek wel mee op. Het is ook ernstig genoeg dat Roos ontdekt dat haar moeder een alcoholprobleem heeft.
Mijn boek verscheen eind vorig jaar en ik heb meermalen op scholen gemerkt dat mijn verzonnen verhaal voor menig kind helaas realiteit is.
Uitgeverij Eenvoudig Communiceren heeft nu een lesbrief ontwikkeld die docenten van de website kunnen downloaden. Zowel boek als lesbrief zijn afgestemd op jongeren die moeite hebben met lezen.
In de lesbrief staan vragen die helpen bij het lezen, zoals bovenstaande vraag over bladzijde 54. Maar er staat ook een tekenopdracht in en er zijn vragen over hoe jongeren zelf in een bepaalde situatie zouden handelen.
Met de lesbrief geeft de uitgeverij een meerwaarde aan het boek, zoals ik het ook bedoeld heb. Leesplezier, de troost van herkenning wellicht en ontwikkeling van empathie.


zondag 14 augustus 2011

Een requiemroman

Je kind verongelukt en een jaar later ligt er al een roman van meer dan 600 pagina's in de winkel. Over zijn leven, zijn dood en alles wat daar tussenin ligt. Hoe krijgt een schrijver zoiets voor elkaar? Je zou denken dat je met geen pen kunt beschrijven wat je in zo'n periode doormaakt.
A. F. Th. van der Heijden is erin geslaagd dat wel te doen. Een gouden pen, een rauwe pen, die genadeloos het rouwproces vastlegt in Tonio. Een requiemroman.
In de vroege ochtend van Eerste Pinksterdag 2010 kwam de 21-jarige Tonio in Amsterdam onder een auto en overleed in de loop van de dag aan zijn zware verwondingen. Voor Van der Heijden is er geen keus: 'Het is schrijven over Tonio - of niet schrijven (...).' (p. 432)
Hij probeert het leven van de laatste dagen van zijn zoon te reconstrueren en wenst hem postuum zo aandoenlijk toe dat het mooie dagen zijn geweest. Het doet hem goed dat er wellicht een ontluikende verliefdheid was op het meisje Jenny.
Heeft het nog zin om door te leven nu het prachtige kind dood is dat 'door zijn pure levenslust ons gezond en in leven hield (...) (p. 155)?
Van der Heijden wil proberen in proza zijn zoon in leven te houden, een Tonio van vlees en bloed.
Ik ben een bewonderaar van het werk van Van der Heijden die groot durft te schrijven aan een oeuvre en dicht op de huid, tot op het bot zelfs schrijft. In dit boek betekent het bijvoorbeeld dat hij onverbloemd de geboorte van het kind beschrijft en veel later tevreden het kwakje van zelfbevlekking van zijn zoon beschouwt bij het doucheputje. Dan voel ik me wel gegeneerd en tot voyeurisme gedwongen. Ik vraag me ook af of de zoon zo blij zou zijn geweest met zulke details die zijn vader prijsgeeft aan vrienden en bekenden, en heel Nederland.
Maar dat is slechts detailkritiek. Van der Heijden schetst weergaloos de gruwelijke schoonheid van leven en dood.
'Ik was trots op hem: zoals hij daar sereen en soeverein lag te sterven. Hij kon het, hij deed het, hij stierf. Het was meer dan iemand tot nu toe van mij had kunnen zeggen. Ik was nog, kinderachtig, met mijn doodsangst bezig. Wat sterven betreft, lag Tonio een volle manslengte op me voor.' (p. 160)

De zoon mag ook trots zijn op de vader, die zo'n indrukwekkend grafmonument voor hem heeft opgericht.

Een biografie

Mijn zee van tijd onlangs leende zich bijzonder goed voor mijn stapel 'to read' en daar zaten enkele flinke pillen bij, niet echt handzame hangmatliteratuur.
Toch las ik decimeters weg in die twee vrije weken, onder meer 'Een keukenmeidenroman' van Kathryn Stockett. Aan de hand van enkele vrouwenlevens werd me duidelijker hoe pijnlijk de rassenscheiding in Amerika was in de jaren '60. Het leven bijvoorbeeld van een zwarte huishoudhulp die telkens vertrok zodra het kind in het gezin van blanken oud genoeg was om het kleurverschil op te merken, waardoor er iets in hun verhouding veranderde en de ongelijkheid manifest werd.

Van een heel andere orde is 'M. Vasalis. Een biografie' van Maaike Meijer. Bijna 900 bladzijden lang was ik geboeid door dit schrijversleven. Vasalis (1909-1998) is al sinds mijn puberteit een favoriete dichteres, maar ik wist niet veel van haar. Dat ze maar enkele bundels heeft gepubliceerd en dat ze psychiater was.
Maar dat ze zo geestig, tobberig, veelzijdig, en zorgzaam was, dat beeld van Kiek (zoals ze meestal werd genoemd) kwam pas naar voren bij het lezen van deze prachtige biografie. Ondernemend ook: als jonge vrouw in de jaren '30 ging ze in haar eentje een half jaar naar Zuid-Afrika.
Dat er tijdens haar leven maar drie dichtbundels verschenen, en nog een postuum, wil niet zeggen dat ze niet meer geschreven heeft. Uit de biografie komt sterk naar voren dat ze haar hele leven bezig was met schrijven, maar dat ze weinig goed genoeg vond om te laten uitgeven.
Er zat ook iets dubbels in haar schrijfhouding: kreeg ze een opdracht, dan kwam ze door de druk niet tot schrijven. Kreeg ze geen opdracht, dan knaagde dat aan haar zelfvertrouwen als schrijver.
In lichte mate herken ik dat wel bij mezelf. Ik wil graag helemaal vanuit mezelf schrijven wat ik wil en toch vind ik het ook eervol wanneer een uitgever op werk van mij zit te wachten.
Ook herken ik de diepe behoefte te schrijven en er dan toch niet toe kunnen komen.  'Ik heb af en toe weer erge zin om te schrijven, maar als ik het wil gaan doen zit ik als een verward brok te staren en vluchtige hinderlijke dingetjes te denken. Merde.' (pag. 554)
In 1991, ze was al over de 80, schrijft ze in haar dagboek: 'Ik heb zolang ik weet, altijd geschreven, maar nooit bewust een schrijver willen worden. Ik wou een dokter worden en ik wou kinderen hebben, minstens zes. Verliefd was ik altijd, maar met trouwen had dat niets te maken. - Nu voel ik me constant schuldig dat ik schrijven heb verwaarloosd - zo'n grote moot van mezelf. Niemand - niets heeft me deze weg opgedrongen, het is gewoon zo gegaan. En het is te laat. Ik zit vol verhalen, gedachtes, landschappen, zeeën, verlangens, maar kan ze niet meer opschrijven. (pag. 851)
Ik kan haar gevoelens van spijt begrijpen, maar ik vind het wel jammer. Met het weinige wat ze heeft gepubliceerd, heeft ze immers veel moois achtergelaten.
Het zit 'm niet in aantallen, als je onvergetelijke gedichten nalaat als De idioot in het bad, Afsluitdijk, Een gedicht, en Sub Finem.
In dat laatste gedicht beschrijft ze in enkele regels intens het loslaten van het leven.
En nu nog maar alleen
het lichaam los te laten -
de liefste en de kinderen te laten gaan (...)
Het werd, het was, het is gedaan.

donderdag 11 augustus 2011

Yes ... yes


Kunstagenda 2012,
voorlopig omslag

Vandaag ben ik met een opmerkelijke werkklus bezig geweest. Ik heb namelijk een heldhaftige poging gedaan om mijn eigen gedichten te vertalen in het Engels. Vertalen is al een vak apart, gedichten vertalen is nog een graad moeilijker. Beelden en klanken laten zich niet zomaar 1:1 omzetten. Gelukkig rijmden deze gedichten niet, want anders is het helemaal lastig.
Zoals ik al eerder op dit weblog meldde, komen er vier gedichten in de Kunstagenda 2012 die Marlou Kursten in november presenteert.
Kort geleden hoorde ik dat er ook een Engelse versie komt, mooi! Voor de deelnemende beeldend kunstenaars heeft dat geen gevolgen, maar voor mij als dichter dus wel.
Omdat ik het beste weet wat ik met mijn gedichten bedoel, óf bedoeld zou kunnen hebben, heb ik toegezegd ze zelf te vertalen, of op zijn minst te bewerken.
Mijn zelfvertrouwen op het gebied van Engels spreken en schrijven is niet groot. Weliswaar heb ik op de MMS, middelbare school voor meisjes, degelijk Engels leren lezen en vertalen, maar spreken had geen prioriteit.
Toen ik in 1981 zou beginnen aan de Academie voor de Journalistiek in Tilburg, wist ik dat we een soort starttoets voor Engels moesten doen. Kwam dat even goed uit dat we net die zomer op vakantie naar Engeland zouden gaan. Na de overtocht sloegen we onze tent op bij Dover en de volgende ochtend zouden we onze reis al vervolgen.
Een buurvrouw op de camping zag dat ik de tent aan het afbreken was en informeerde vriendelijk: 'So you're going to leave today?'
Nu kreeg ik meteen de kans om een uitgebreid gesprek aan te knopen en mijn Engels te oefenen. Een multitude aan mogelijkheden tolde door mijn hoofd en ik begon even zo vriendelijk: 'Yes ... yes.' En vervolgens viel ik volkomen stil.
Dat voorval was niet goed voor mijn zelfvertrouwen in mijn Engelse fluency, hoewel ik gelukkig wel heb bijgeleerd.
Vandaag had ik er plezier in om opnieuw uitdrukking te geven aan mijn gedichten, al is het niet gemakkelijk. Alleen al mijn gedicht 'The boy from Ipanema'... Hoe vertaal je bijvoorbeeld 'fluwelen boortjes' en 'Hollandse schonkigheid'? En wat blijft er over van de alliteratie in mijn gedicht 'Zilte zoen'?
Gelukkig laat een near-native speaker nog zijn kritische blik over de eindversie gaan. Yes ... yes.

maandag 8 augustus 2011

Rijp en groen

Wanneer zijn de bramen rijp? Googelen levert verwarring op, veldonderzoek eveneens, zo bleek vanmiddag tijdens een wandeling in de uiterwaarden van de Bovenste Polder in Wageningen.
Sommigen op internet hebben al zeker een week geleden rijpe bramen ontdekt en geoogst. Ook vanmiddag wees een passerende wandelaar op struiken met 'kilo's rijpe bramen', maar het proefpanel in mijn gezelschap twijfelde tussen net rijp en nog zuur. Ik heb ze niet geproefd, maar in de enorme struiken zaten zeker al optisch rijpe exemplaren.
Hoe dan ook, het was weer een prachtige wandeling, met borders vol kleurige veldboeketten, onder meer langs de nevengeul waar het water erg hoog stond. Het is nog maar zo kort geleden dat allerlei steltlopertjes er op drooggevallen zandbanken scharrelden.
Toch viel er nu zowaar een lepelaar te spotten die zijn snavel als een metaaldetector over de bodem liet gaan.
Als op een echte Hollandse zomerdag dreven bloemkoolwolken langs een helderblauwe lucht. Pas nadat we op het terras op de Wageningse berg neerstreken, kwamen de buien weer opzetten. Maar ook dan is het genieten als het rivierlandschap vervaagt door schuinvallende vegen regen, terwijl je binnen comfortabel en smakelijk zit te schuilen.

zaterdag 6 augustus 2011

Een zee van tijd (3)

Tijdens mijn vakantie heb ik mijn hangmat ook wel verlaten, ik ben zelfs nog het erf af geweest. Eten bij vrienden en andere spontane ontmoetingen, wandelen, fietsen, film, tuinieren, accordeon spelen.
Maar ik heb vooral ook veel gelezen, vele honderden bladzijden. Tien boeken op de huiskamertafel probeerden de afgelopen maanden vergeefs mijn aandacht te trekken. Bijna allemaal uit! Ik kan weer eens een boek kopen zonder de onvermijdelijke vragen: wanneer lees ik het, en waar láát ik het in mijn boekenkasten (in juni had ik al voortvarend zeker een meter boeken de deur uit gedaan)?
En mijn uitpuilende tijdschriftenmand: leeg, op twee overzichtelijke tijdschriften na. Een opgeruimd gevoel.

Waar ik helemaal opgetogen over ben, is het feit dat ik flink wat geschreven heb. Het hoefde niet en toch/dus? had ik er zin in.
Vandaag heb ik maar liefst twee manuscripten naar uitgevers verstuurd. Niet dat ik die boeken in deze twee weken heb geschreven. Nee, ze kregen eindelijk hun laatste revisie en afronding.
Een roman voor volwassenen met de werktitel Zeezucht had ik al eerder voltooid, maar ik heb hem opnieuw gerererereviseerd. Op mijn website staat een fragment te lezen, het begin van het boek:

Ook heb ik het kinderboek voltooid met de werktitel Schelpen. De eerste versie rondde ik af toen ik in november in het Roland Holst Huis in Bergen werkte. Ik schreef er eerder over op dit weblog:

Zelf ben ik op dit moment heel voldaan over het resultaat. Maar wat vindt de uitgever?
Het lange, bange wachten is begonnen. Zelfs na 25 boeken blijft het elke keer weer spannend en zeker deze twee boeken liggen me na aan het hart.