Ik ging maandag naar 't Haantje om de boortoren te zien. De boortoren die er niet meer was, al bijna 50 jaar niet meer. Waar was ik toen deze bijzondere gebeurtenis in Drenthe plaatsvond op 1 december 1965?
Bijzondere nieuwsfeiten had ik in die periode zeker meegekregen, een belangstelling voor nieuws en krantenlezen wees al vooruit op mijn latere vak van journalist.
Mijn eerste knipselverzameling begon ik al op mijn negende bij de moord op J.F. Kennedy (1963). Van de tv herinner ik me uiteraard Open het Dorp (1962) en in 1963 de mijnramp in het Duitse Lengede. In mijn herinnering waren er dagenlang live-uitzendingen van de reddingsactie. Telkens als ik uit school kwam, kleefde ik aan de beeldbuis voor de laatste ontwikkelingen.
Dat in Drenthe de aarde openspleet en de boortoren voor altijd opslokte, daarvan heb ik in die tijd niets meegekregen. Dat zou nu eens moeten gebeuren, de (social) media zouden groots uitpakken en #boortoren #gaswinning #ramp zouden trending topic zijn.
Ik las pas over het voorval in 2007 in het boek Ararat van Frank Westerman. In zijn zoektocht naar de waarheid over de gelijknamige berg in Armenië - is de ark van Noach er echt gestrand? - roert hij ook aan de geschiedenis van de boortoren in 't Haantje.
Ik kende die plaatsnaam alleen van de borden als ik onderweg was naar een vriendin in Drenthe. Toen ik destijds over het boek sprak, zei de vriendin: 'Maar die plek is hier vlakbij. We kunnen er wel eens heengaan.'
Dat kwam er afgelopen maandag pas van.
We stonden bij het Kraterbosje waar een gedenkbord staat met krantenknipsels en uitleg over de bijzondere natuur die er sindsdien is ontstaan. Daarachter ligt een meertje, niet de plek waar de boortoren verdween, maar de winningslocatie van zand waarmee de diepe krater is volgestort. Op de plek zelf is grasland met wat nattere vegetatie.
Als je er staat, kun je je niet voorstellen dat daar vijftig jaar geleden zomaar plotsklaps die boortoren wegzonk. Gelukkig zijn er geen persoonlijke ongelukken gebeurd.
Er zijn plannen voor een documentaire en de pagina op facebook Boortoren 't Haantje geeft meer informatie, ook beeldmateriaal.
vrijdag 27 maart 2015
Kinderboeken in Bologna
Over enkele dagen begint de Kinderboekenbeurs in Bologna. Deze beurs in Italië is een van de grootste evenementen in boekenland. Uitgevers, schrijvers, illustrators komen er samen, om uit te wisselen, te kijken en ook te kopen. Contacten worden gelegd en er worden afspraken gemaakt over vertaalrechten en andere vormen van samenwerking.
Hoewel ik er zelf nog nooit ben geweest, kan de beurs ook voor mijn werk van belang zijn. Uitgeverij De Eenhoorn waar onlangs 'Deze schelp verdient een kistje' verscheen, gaat ook naar Bologna. De uitgeverij maakte zelfs een speciale brochure voor de boeken die zij op de beurs onder de aandacht wil brengen.
Mijn boek staat er ook in en titel en inhoud zijn weergegeven in het Engels. Mijn hoofdpersonage Veerle heeft voor de gelegenheid een internationaler klinkende naam gekregen: Vera.
Hoe mooi zou het zijn als mijn boek onder deze titel zou verschijnen, maar in een voor mij onleesbare taal is natuurlijk ook geweldig. De thema's van het boek en de beelden van illustrator Richard Verschraagen zijn universeel.
Ik wens mijn dierbare 'schelpenboek' en uitgeverij De Eenhoorn veel succes op de Bologna Children's Book Fair 2015 !
Hoewel ik er zelf nog nooit ben geweest, kan de beurs ook voor mijn werk van belang zijn. Uitgeverij De Eenhoorn waar onlangs 'Deze schelp verdient een kistje' verscheen, gaat ook naar Bologna. De uitgeverij maakte zelfs een speciale brochure voor de boeken die zij op de beurs onder de aandacht wil brengen.Mijn boek staat er ook in en titel en inhoud zijn weergegeven in het Engels. Mijn hoofdpersonage Veerle heeft voor de gelegenheid een internationaler klinkende naam gekregen: Vera.
Hoe mooi zou het zijn als mijn boek onder deze titel zou verschijnen, maar in een voor mij onleesbare taal is natuurlijk ook geweldig. De thema's van het boek en de beelden van illustrator Richard Verschraagen zijn universeel.
Ik wens mijn dierbare 'schelpenboek' en uitgeverij De Eenhoorn veel succes op de Bologna Children's Book Fair 2015 !
dinsdag 10 maart 2015
Deze schelp verdient een kistje
Met elk nieuw boek dat verschijnt, ben ik blij. Maar met sommige boeken ben ik extra blij. 'Deze schelp verdient een kistje' is zo'n boek. Het is net uit en elke keer als ik het bekijk, word ik weer warm en voel ik me trots.
Alles klopt aan dit boek. De tedere, humoristische en altijd treffende tekeningen van Richard Verschraagen, de vormgeving van Dries Desseyn en mijn verhaal dat dankzij de inbreng van uitgever Marita Vermeulen van De Eenhoorn nog aan diepte en betekenis won.
De ontstaansgeschiedenis van dit boek is lang, maar die rijpingstijd had het nodig.
Ik schreef er eerder blogs over, zoals Onderweg naar een beter verhaal en Herherherschrijven.
Zonder dat ik tevoren thema's in dit boek wilde stoppen, zitten ze er wel in: ontdekken, loslaten, omgaan met verlies, verlangen, keuzes maken. Het boek speelt zich af in mijn geliefde omgeving: de zee en het strand.
Poëtisch, filosofisch, zo kun je het noemen, maar het is ook gewoon een verhaal over het meisje Veerle dat het leven ontdekt.
Het boek is rijk voorzien van illustraties. Niet weggefrummeld onderaan een pagina, maar royaal, vaak over dubbele pagina's. Met illustrator Richard Verschraagen heb ik tevoren geen contact gehad, maar hij heeft de sfeer van mijn verhaal haarfijn aangevoeld. Ik schrijf over Afrika en hij tekent zomaar een pagina vol maskers. Hoe kon hij weten dat die mijn speciale interesse hebben? En de drieteenstrandlopertjes die mij altijd vrolijk maken? Hij tekent een hele pagina vol.
Fijnzinnige details. De alleszeggende troostende hand van de jongen ontroert me telkens.
De uitgever heeft de tekenaar de ruimte gegeven de wereld van mijn verhaal aan te vullen. Daardoor huppelt er soms een grappig hondje door het beeld, leuk.
Geen probleem ook dat hij niet het strand tekent van 'mijn' Egmond aan Zee, maar een typisch Zeeuws strand met paalhoofden, waar hij in de buurt woont.
Zaterdag móest ik weer even de zee zien en deze keer werd dat het strand tussen Kijkduin en Scheveningen. Mijn personage Veerle zou het moeilijk hebben gehad met de grote hoeveelheid aangespoelde schelpen. 'Deze schelpen verdienen allemaal een kistje', zou ze wellicht hebben uitgeroepen.
Met de stelligheid van kinderen zegt ze in het begin van het boek nog dat ze álle schelpen van de wereld wil verzamelen. Dat beperkt ze later tot alleen de mooiste. Maar ze ziet aan haar opa bij wie ze woont, dat die niet eens zoveel schelpen heeft verzameld in zijn leven. De schelpen die hij heeft bewaard, zijn wel stuk voor stuk vol betekenis.
Tot Veerle op een dag weloverwogen zegt: Deze schelp verdient een kistje.
En in die woorden ontdekte de illustrator ineens de titel voor dit bijzondere boek.
Website Annie van Gansewinkel - Deze schelp verdient een kistje
Website uitgeverij De Eenhoorn
Alles klopt aan dit boek. De tedere, humoristische en altijd treffende tekeningen van Richard Verschraagen, de vormgeving van Dries Desseyn en mijn verhaal dat dankzij de inbreng van uitgever Marita Vermeulen van De Eenhoorn nog aan diepte en betekenis won.
De ontstaansgeschiedenis van dit boek is lang, maar die rijpingstijd had het nodig.
Ik schreef er eerder blogs over, zoals Onderweg naar een beter verhaal en Herherherschrijven.
Zonder dat ik tevoren thema's in dit boek wilde stoppen, zitten ze er wel in: ontdekken, loslaten, omgaan met verlies, verlangen, keuzes maken. Het boek speelt zich af in mijn geliefde omgeving: de zee en het strand.
Poëtisch, filosofisch, zo kun je het noemen, maar het is ook gewoon een verhaal over het meisje Veerle dat het leven ontdekt.
Het boek is rijk voorzien van illustraties. Niet weggefrummeld onderaan een pagina, maar royaal, vaak over dubbele pagina's. Met illustrator Richard Verschraagen heb ik tevoren geen contact gehad, maar hij heeft de sfeer van mijn verhaal haarfijn aangevoeld. Ik schrijf over Afrika en hij tekent zomaar een pagina vol maskers. Hoe kon hij weten dat die mijn speciale interesse hebben? En de drieteenstrandlopertjes die mij altijd vrolijk maken? Hij tekent een hele pagina vol.
Fijnzinnige details. De alleszeggende troostende hand van de jongen ontroert me telkens.
De uitgever heeft de tekenaar de ruimte gegeven de wereld van mijn verhaal aan te vullen. Daardoor huppelt er soms een grappig hondje door het beeld, leuk.
Geen probleem ook dat hij niet het strand tekent van 'mijn' Egmond aan Zee, maar een typisch Zeeuws strand met paalhoofden, waar hij in de buurt woont.
Zaterdag móest ik weer even de zee zien en deze keer werd dat het strand tussen Kijkduin en Scheveningen. Mijn personage Veerle zou het moeilijk hebben gehad met de grote hoeveelheid aangespoelde schelpen. 'Deze schelpen verdienen allemaal een kistje', zou ze wellicht hebben uitgeroepen.
Met de stelligheid van kinderen zegt ze in het begin van het boek nog dat ze álle schelpen van de wereld wil verzamelen. Dat beperkt ze later tot alleen de mooiste. Maar ze ziet aan haar opa bij wie ze woont, dat die niet eens zoveel schelpen heeft verzameld in zijn leven. De schelpen die hij heeft bewaard, zijn wel stuk voor stuk vol betekenis.
Tot Veerle op een dag weloverwogen zegt: Deze schelp verdient een kistje.
En in die woorden ontdekte de illustrator ineens de titel voor dit bijzondere boek.
Website Annie van Gansewinkel - Deze schelp verdient een kistje
Website uitgeverij De Eenhoorn
zondag 8 maart 2015
Tot op het bot
![]() |
| Marthe |
De Bruyckere maakt geen aaibare, geruststellende kunst. Maar wie heeft gezegd dat kunst gerust moet stellen? Integendeel, haar werk verontrust me, confronteert me met het kwetsbare, sterfelijke. Het stoot soms zelfs af en tóch blijf ik kijken, keer terug en huiver.
![]() |
| Elie |
Ik las dat haar vader slager was en dat speelt vermoedelijk een rol bij het vrijmoedig omgaan met vleselijke en uitgebeende wezens.
Toen ik langs haar werk liep, kwam ineens een gedicht boven uit mijn dichtbundel Lichaam
versteend
strand
blote voeten
roffelen over mortel
lopen vast
in gewapend beton
van messen
en mosselschelpen
donker als
de nacht.
weke delen
stollen
aaibaar
wordt karkas.
sterfelijkheid
omspoelt alles,
wikkelt het
leven in lijkwaden.
![]() |
| Actaeon III |
De tentoonstelling van Berlinde De Bruyckere is nog tot en met 31 mei te zien.
Gemeentemuseum Den Haag - tentoonstelling Berlinde De Bruyckere
Berlinde De Bruyckere - wikipedia
woensdag 4 maart 2015
Schrijversharten
![]() |
| Foto: Robbert Kamphuis |
Na maandenlang snode plannen smeden in achterkamertjes en duistere kroegen presenteren we ons eindelijk, aan de vooravond van de Boekenweek (7-15 maart).
Schrijversharten bestaat uit Martijn Adelmund, Laurens van der Zee en mijzelf, schrijvers en dichters met als thuisbasis Wageningen. Daar houden de overeenkomsten niet op, al zijn de verschillen tussen ons minstens zo groot.
De komende maanden onderzoeken we elkaars werk en ons eigen werk. Onze drijfveren, worstelingen, idealen en dromen. Dat doen we niet alleen uitwisselend en elkaars werk lezend, maar we betrekken het publiek ook bij onze ontdekkingstocht. Daarbij sluiten we aan bij culturele evenementen in Wageningen. Hieronder staat een globale agenda.
De voorbereidende maanden hebben me al zoveel plezier opgeleverd. De ontmoetingen zetten mijn schrijven in een ander licht. Onbewuste processen worden zichtbaar en ik verwacht dan ook dat mijn werk hierdoor aan kwaliteit wint.
Dit is het persbericht zoals we dat de wereld in hebben gestuurd en dat een aantal media inmiddels al hebben opgepikt.
Wageningse
schrijvers Adelmund, Van Gansewinkel en Van der Zee
Schrijversharten geeft inkijk
in scheppend proces
Hoe
waanzinnig is het om schrijver en dichter te willen zijn? Op 7 maart begint de
Boekenweek met het thema Waanzin, een uitgelezen moment om Schrijversharten te
presenteren.
Drie
Wageningse schrijvers geven de komende maanden een inkijk in hun scheppend
proces. Martijn Adelmund, Annie van Gansewinkel en Laurens van der Zee zijn
totaal verschillende schrijvers en dichters, maar toch hebben ze elkaar
gevonden in Schrijversharten. Zij sluiten aan bij uiteenlopende evenementen in
Wageningen om het publiek deelgenoot te maken van hun ontdekkingstocht langs
thema’s, drijfveren en worstelingen van het schrijfproces.
Zo
zetten zij op de Wageningse Boekenmarkt op 18 april het Schrijversharten Café
open, waar ook collega-schrijvers optreden en signeren. Interviewer Frénk van
der Linden probeert er de schrijversziel van Martijn Adelmund, Annie van
Gansewinkel en Laurens van der Zee bloot te leggen.
Schrijversharten
neemt ook deel aan de Culturele Ronde (25/26 april) door onder meer bij Proust
op de sofa plaats te nemen. Tijdens het 5 mei-festival komt Schrijversharten
met de installatie: ‘Ontdek het vrije woord’. Ook op het Leeffestival manifesteert
Schrijversharten zich met een taalactiviteit.
In
het najaar is het dan tijd voor het oogstfeest waarin de schrijvers laten zien
wat ze hebben geleerd, afgeleerd, verprutst en overwonnen, en hoe ze verder
gaan.
Op
de website (www.schrijversharten.nl)
en via social media neemt Schrijversharten het publiek het hele jaar mee in
zijn zoektocht naar het wezen van schrijven.
De agenda van Schrijversharten voor de komende maanden in Wageningen:
- 18 april - 11.00-17.00 Schrijversharten Café met ontmoetingen en optredens van schrijvers. Om 15 uur interviewt Frénk van der Linden de schrijvers van Schrijversharten (bovenzaal Colors, Markt)
- 25 en 26 april - Culturele Ronde. Schrijversharten onderwerpt zich aan de vragen van Proust en treedt op als gasten tijdens een cultureel evenement van Robbert Kamphuis (Spijk). Op 26 april van 16.00-17.00 optreden Schrijversharten in bblthk.
- 5 mei - 'Ontdek het vrije woord' - taalinstallatie Schrijversharten tijdens Bevrijdingsfestival in Torckpark
- 28 juni - taalactiviteit tijdens Leeffestival dat dit jaar als motto heeft: Besmettelijk. Bezoekers bedenken anagrammen met de letters van de tekst: spelen met de taal is aanstekelijk
- najaar - oogstfeest waarin Schrijversharten terugblikt op het project, vooruitkijkt en toost op het mooie van taal en schrijven.
Op de website Schrijversharten is de komende maanden de ontdekkingstocht van de drie schrijvers te volgen.
Schrijversharten zit ook op Facebook
zaterdag 28 februari 2015
Gouden jaren
Met veel plezier las ik Gouden jaren van Annegreet van Bergen. Zij is precies even oud als ik en de wereld die ze in herinnering roept en met feiten en cijfers illustreert, is herkenbaar.
Een feest van herkenning vaak zelfs, al zijn ijsbloemen, aslade en kolenkit, en strakke voorschriften niet echt iets om naar terug te verlangen. Maar de wereld leek overzichtelijk, de mensen meer betrokken bij elkaar (met uitwassen als bemoeizucht en controle overigens) en alles ging een versnelling lager.
De veranderingen van de laatste 50 jaar die Annegreet van Bergen laat zien, waren enorm. Een wereld van verschil met daarvoor.
Maar misschien heeft elke generatie wel de perceptie dat de veranderingen nooit eerder zo groot waren.
Voor mij is een van de belangrijkste verbeteringen in die halve eeuw toch de toegang tot onderwijs. Toen ik op de lagere school zat, was het in mijn omgeving nog niet vanzelfsprekend dat een kind doorleerde. En doorleren was al wanneer je naar de mulo ging. Naar hbs, mms of gym was nog minder vanzelfsprekend. Veel ouders vonden het niet nodig, zeker niet voor meisjes die toch gingen trouwen. Afkomst bepaalde daarna steeds minder de toegang tot onderwijs, een ontwikkeling van onschatbare waarde. Onderwijs is immers de basis voor ontwikkeling, zelfredzaamheid, zelfvertrouwen, sociale worteling en burgerschapszin.
Veel o-ja ervaringen bij het lezen van Gouden jaren. Weet je het nog? Smac, wecken, bedkruik, was wringen, op zaterdagmorgen nog naar school, Vos-cursussen (Vrouwen oriënteren zich op de Samenleving) en moedermavo's voor vrouwen die een enorme leerhonger hadden, antwoordapparaten met mini-cassette.
Het boek riep ook weggezakte herinneringen op.
Kinderen verzamelen graag: het geeft ze een gevoel van controle over de wereld, zo analyseert Annegreet van Bergen (p. 101). Ik ook. Postzegels, sigarenbandjes, lucifersmerken, kauwgumplaatjes met filmsterren, speldjes.
De kolenkachel en de kolenboer die de brandstof rondbracht. Wij hadden thuis antraciet 'nootjes 4', op andere plaatsen hadden ze briketten of eierkolen. Geen idee wat het verschil was.
De melkboer die eerst nog met paard en wagen bezorgde, met achter op de kar een kraantje waar 'taptemelk' uit kwam. Mijn moeder kocht flessen, geen 'dagmelk', maar vermoedelijk gepasteuriseerde melk. Zo aten we ook het luxere witbrood en geen tarwe.
Hoewel we een douche hadden, werd die in mijn vroegste jeugd niet gebruikt. Misschien omdat het in de winter te koud was toen we nog geen cv hadden. De roze teil werd op vrijdag of zaterdag in de huiskamer geplaatst en achtereenvolgens gingen de toen drie kinderen in het badje. Altijd de angst dat er shampoo in je ogen kwam. Speciale niet-prikkende shampoo was er natuurlijk nog niet.
Mijn handige vader had al snel een voorloper van de wasmachine in elkaar geklust. Halfautomatisch, een wringer. Maar in de winter moest hij voor dag en dauw eerst de waterleiding in de schuur ontdooien voordat mijn moeder de grote gezinswas kon doen. Vervolgens hing de was stijfbevroren aan de waslijn.
De wasmachine kun je wel een van de meest vrouwvriendelijke uitvindingen noemen.
Ik lees over de volkstelling van 1947 en denk terug aan die van 1971 (?) en herinner me de massale protesten en weigering van deelname. Onze privacy zou bedreigd worden. En zie, zoveel jaren later gooien we zelf onze privacy volledig te grabbel op internet.
Er is veel ten goede veranderd in die halve eeuw en natuurlijk moeten we zorg dragen voor mensen die dat nodig hebben en alert zijn op aantasting van onze democratische verworvenheden.
Maar onder het lezen bekroop me een paar keer sterk de gedachte: het is hier beter geregeld dan elders en zeker veel beter dan vroeger in ons land.
Daarom moeten we met zijn allen in Nederland onderhand eens ophouden met zeuren en mopperen.
Een feest van herkenning vaak zelfs, al zijn ijsbloemen, aslade en kolenkit, en strakke voorschriften niet echt iets om naar terug te verlangen. Maar de wereld leek overzichtelijk, de mensen meer betrokken bij elkaar (met uitwassen als bemoeizucht en controle overigens) en alles ging een versnelling lager.
De veranderingen van de laatste 50 jaar die Annegreet van Bergen laat zien, waren enorm. Een wereld van verschil met daarvoor.
Maar misschien heeft elke generatie wel de perceptie dat de veranderingen nooit eerder zo groot waren.
Voor mij is een van de belangrijkste verbeteringen in die halve eeuw toch de toegang tot onderwijs. Toen ik op de lagere school zat, was het in mijn omgeving nog niet vanzelfsprekend dat een kind doorleerde. En doorleren was al wanneer je naar de mulo ging. Naar hbs, mms of gym was nog minder vanzelfsprekend. Veel ouders vonden het niet nodig, zeker niet voor meisjes die toch gingen trouwen. Afkomst bepaalde daarna steeds minder de toegang tot onderwijs, een ontwikkeling van onschatbare waarde. Onderwijs is immers de basis voor ontwikkeling, zelfredzaamheid, zelfvertrouwen, sociale worteling en burgerschapszin.
Veel o-ja ervaringen bij het lezen van Gouden jaren. Weet je het nog? Smac, wecken, bedkruik, was wringen, op zaterdagmorgen nog naar school, Vos-cursussen (Vrouwen oriënteren zich op de Samenleving) en moedermavo's voor vrouwen die een enorme leerhonger hadden, antwoordapparaten met mini-cassette.
Het boek riep ook weggezakte herinneringen op.
Kinderen verzamelen graag: het geeft ze een gevoel van controle over de wereld, zo analyseert Annegreet van Bergen (p. 101). Ik ook. Postzegels, sigarenbandjes, lucifersmerken, kauwgumplaatjes met filmsterren, speldjes.
De kolenkachel en de kolenboer die de brandstof rondbracht. Wij hadden thuis antraciet 'nootjes 4', op andere plaatsen hadden ze briketten of eierkolen. Geen idee wat het verschil was.
De melkboer die eerst nog met paard en wagen bezorgde, met achter op de kar een kraantje waar 'taptemelk' uit kwam. Mijn moeder kocht flessen, geen 'dagmelk', maar vermoedelijk gepasteuriseerde melk. Zo aten we ook het luxere witbrood en geen tarwe.
Hoewel we een douche hadden, werd die in mijn vroegste jeugd niet gebruikt. Misschien omdat het in de winter te koud was toen we nog geen cv hadden. De roze teil werd op vrijdag of zaterdag in de huiskamer geplaatst en achtereenvolgens gingen de toen drie kinderen in het badje. Altijd de angst dat er shampoo in je ogen kwam. Speciale niet-prikkende shampoo was er natuurlijk nog niet.
Mijn handige vader had al snel een voorloper van de wasmachine in elkaar geklust. Halfautomatisch, een wringer. Maar in de winter moest hij voor dag en dauw eerst de waterleiding in de schuur ontdooien voordat mijn moeder de grote gezinswas kon doen. Vervolgens hing de was stijfbevroren aan de waslijn.
De wasmachine kun je wel een van de meest vrouwvriendelijke uitvindingen noemen.
Ik lees over de volkstelling van 1947 en denk terug aan die van 1971 (?) en herinner me de massale protesten en weigering van deelname. Onze privacy zou bedreigd worden. En zie, zoveel jaren later gooien we zelf onze privacy volledig te grabbel op internet.
Er is veel ten goede veranderd in die halve eeuw en natuurlijk moeten we zorg dragen voor mensen die dat nodig hebben en alert zijn op aantasting van onze democratische verworvenheden.
Maar onder het lezen bekroop me een paar keer sterk de gedachte: het is hier beter geregeld dan elders en zeker veel beter dan vroeger in ons land.
Daarom moeten we met zijn allen in Nederland onderhand eens ophouden met zeuren en mopperen.
woensdag 25 februari 2015
Zakdoekje
In de categorie Uitgestorven vandaag: de zakdoek, althans het stoffen exemplaar. En in zijn kielzog - subcategorie Uitgestorven spelletjes - Zakdoekje leggen.
Hoe doen kinderen dat tegenwoordig? Werpen ze pakjes papieren zakdoekjes in het rond?
Als flirt-tip is het natuurlijk ook volledig achterhaald. Dame verliest zakdoekje zogenaamd en galante jongeling haast zich het persoonlijk kleinood achter haar aan te brengen.
Er is veel romantiek naar de knoppen gegaan door de papieren zakdoekjes die je tegenwoordig zowat per gros koopt.
Wie in zijn jeugd dagelijks hoorde: heb je een schone zakdoek bij je? Die is duidelijk niet van deze tijd.
Bij mij is die vraag er als kind zo ingehamerd dat ik geen dag het huis verlaat zonder een schone zakdoek. Een stoffen ja, al schijnen papieren zakdoeken gezondheidskundig bekeken de voorkeur te genieten. Maar ik vind het onaangename veel te kleine vodjes.
De afgelopen week was ik echter grootverbruiker vanwege een hardnekkige verkoudheid en heb ik er tientallen pakjes doorheen gejaagd. Maar dat was overmacht.
Er gaat niets boven een stoffen zakdoek, strak gestreken uit een keurige stapel. Is dat onderhuids terugverlangen naar het geordende ouderlijk huis, naar de tijd van netjes gewassen, gesteven, gestreken?
Naar de tijd dat zakdoekjes een feestelijk cadeautje waren. In een kleurig doosje verpakt drie zakdoeken in net iets verschillende kleurstellingen met een ingetogen lint eromheen.
Van al die ooit gekregen setjes is er trouwens niet één meer compleet. Ik vraag me af waar ál die zakdoeken gebleven zijn. Opgelost in het zwarte gat van de tijd. Ik vermoed dat nog wel een afgedankt exemplaar zwerft in mijn koperpoetsmandje. Ook al zo'n uitstervende bezigheid trouwens.
Dan waren er nog de speciale zakdoekjes die we kregen van tante zuster en die de nonnen met schier engelengeduld voorzagen van broderie. Ik heb er nog eentje over, met een roze bloemetje, doorschijnend en teer, en ook daarom dierbaar.
Overigens moest ik eigenlijk niets hebben van die frêle dameszakdoekjes. Je kon ze als kind weliswaar handig opbergen op de rand van je onderbroek, onderrok, onderjurk - ook uitgestorven - of in de mouw van je blouse. Maar als je echt een zakdoek nodig had, was dat ding toch veel te klein.
In mijn studententijd begon ik dus herenzakdoeken te gebruiken. Mijn schoonmoeder destijds respecteerde dat en ik kreeg met Sinterklaas mijn eigen setje zakdoeken cadeau, mét initiaal.
Ik gebruik ze nog altijd. Soms gebruik ik mijn zakdoek als geheugensteuntje, effectief is dat voor mij. Maar op het moment dat ik er een knoop in leg, zie ik steeds vaker een vragende blik van mijn gezelschap. Duidelijk een generatiedingetje.
Hoe doen kinderen dat tegenwoordig? Werpen ze pakjes papieren zakdoekjes in het rond?
Als flirt-tip is het natuurlijk ook volledig achterhaald. Dame verliest zakdoekje zogenaamd en galante jongeling haast zich het persoonlijk kleinood achter haar aan te brengen.
Er is veel romantiek naar de knoppen gegaan door de papieren zakdoekjes die je tegenwoordig zowat per gros koopt.
Wie in zijn jeugd dagelijks hoorde: heb je een schone zakdoek bij je? Die is duidelijk niet van deze tijd.
Bij mij is die vraag er als kind zo ingehamerd dat ik geen dag het huis verlaat zonder een schone zakdoek. Een stoffen ja, al schijnen papieren zakdoeken gezondheidskundig bekeken de voorkeur te genieten. Maar ik vind het onaangename veel te kleine vodjes.
De afgelopen week was ik echter grootverbruiker vanwege een hardnekkige verkoudheid en heb ik er tientallen pakjes doorheen gejaagd. Maar dat was overmacht.
Er gaat niets boven een stoffen zakdoek, strak gestreken uit een keurige stapel. Is dat onderhuids terugverlangen naar het geordende ouderlijk huis, naar de tijd van netjes gewassen, gesteven, gestreken?
Naar de tijd dat zakdoekjes een feestelijk cadeautje waren. In een kleurig doosje verpakt drie zakdoeken in net iets verschillende kleurstellingen met een ingetogen lint eromheen.
Van al die ooit gekregen setjes is er trouwens niet één meer compleet. Ik vraag me af waar ál die zakdoeken gebleven zijn. Opgelost in het zwarte gat van de tijd. Ik vermoed dat nog wel een afgedankt exemplaar zwerft in mijn koperpoetsmandje. Ook al zo'n uitstervende bezigheid trouwens.
Dan waren er nog de speciale zakdoekjes die we kregen van tante zuster en die de nonnen met schier engelengeduld voorzagen van broderie. Ik heb er nog eentje over, met een roze bloemetje, doorschijnend en teer, en ook daarom dierbaar.
Overigens moest ik eigenlijk niets hebben van die frêle dameszakdoekjes. Je kon ze als kind weliswaar handig opbergen op de rand van je onderbroek, onderrok, onderjurk - ook uitgestorven - of in de mouw van je blouse. Maar als je echt een zakdoek nodig had, was dat ding toch veel te klein.
In mijn studententijd begon ik dus herenzakdoeken te gebruiken. Mijn schoonmoeder destijds respecteerde dat en ik kreeg met Sinterklaas mijn eigen setje zakdoeken cadeau, mét initiaal.
Ik gebruik ze nog altijd. Soms gebruik ik mijn zakdoek als geheugensteuntje, effectief is dat voor mij. Maar op het moment dat ik er een knoop in leg, zie ik steeds vaker een vragende blik van mijn gezelschap. Duidelijk een generatiedingetje.
Abonneren op:
Posts (Atom)











