Opmerkelijk om te zien dat het woord 'levenskunst' een verandering in betekenis heeft ondergaan.
In mijn boekenkast staat al zeker veertig jaar het boekje 'Levenskunst voor jonge mensen' (1967). Het is bedoeld om jongeren wegwijs te maken in de ingewikkelde grote-mensen-wereld. Maar wel anno-toen.
In alfabetische volgorde staan de regels rond bv. conversatie, correspondentie, het ontvangen van gasten en etiquette. Ik herinner me dat het jarenlang een handige vraagbaak voor me was.
Weliswaar kreeg ik op de MMS (Middelbare School voor Meisjes) vormingsles in mijn eerste jaar, toen de nonnen er nog de scepter zwaaiden. Hoe moest je je als keurig meisje gedragen? Zitten en opstaan, een appel eten met mes en vork, je nagels verzorgen.
Maar in het boekje kon ik nakijken hoe je de tafel volgens de regels moest dekken, inclusief een breed assortiment bestek. Dat was in de tijd dat veel jonge vrouwen nog spaarden voor een uitzet, met tig-delig servies en zilvercassette.
In het boek stond ook wie bij een ontmoeting het eerst moest groeten, wie de kosten van de bruiloft betaalde, wel of niet liften en - nu heel fout - een uitgebreid overzicht van bontjes en pelsjes ("voor de meeste jonge meisjes is het hebben van een bontjasje wel een toekomstideaal (...)".
Alles wat je altijd al wilde weten over vingerkommetjes, minnebrieven, messenleggers en égards. Ze lijken wel allemaal museumstukken geworden.
Toch zijn er sindsdien toch nog etiquetteboeken verschenen. En dagblad Trouw heeft op zaterdag de veelgelezen rubriek 'Moderne Manieren' van Beatrijs Ritsema.
Je kunt het bestempelen als hopeloos ouderwets, maar wellevend omgaan met anderen is van alle tijden. Misschien is het nog wel meer nodig dan ooit in deze tijd dat alles maar moet kunnen en hufterig gedrag soms tot norm lijkt te worden verheven.
Moderne Manieren
zaterdag 9 juli 2011
dinsdag 5 juli 2011
Zomerbloei
In een jaar weblog scoorde het aantal blogs over de natuur verrassend hoog, constateerde ik gisteren tot mijn verbazing. Maar ook vandaag stuit ik weer op een natuuronderwerp. Nou ja, natuur?
Zoals J.C. Bloem al schreef in zijn gedicht 'De Dapperstraat' (inderdaad van: domweg gelukkig in de Dapperstraat):
Verder dan mijn achtertuin hoefde ik vandaag niet te gaan om weer verrukt stil te staan. Nog nooit eerder is het mij gelukt een stokroos in bloei te krijgen, hoewel het een supergemakkelijke plant schijnt te zijn.
Maar vandaag genoot ik toch een kleine triomf. Getuige de knaaggaatjes in het blad is hij wellicht ternauwernood ontkomen aan vraat die ook deze keer weer de bloei in de kiem had kunnen smoren.
Hoewel hij al enkele weken bloeit, geniet ik elke dag van de acanthus die dit jaar voor het eerst in bloei kwam. Deze bijzondere plant is me ook zeer dierbaar vanwege zijn herkomst.
Ruim twee jaar geleden bracht ik voor de eerste keer een heerlijke maand door in het schrijvershuis van Adriaan Roland Holst in Bergen. Ik genoot die aprilmaand intens van de prachtige tuin en na zeven jaar flat voelde ik daar voor het eerst weer de sterke behoefte aan een tuin. Van de tuinman kreeg ik een stekje acanthus mee, voor op mijn balkon.
Toen kon ik niet vermoeden dat ik al binnen een half jaar de acanthus in de volle grond van mijn eigen tuin kon poten. De acanthus heeft het hier zichtbaar naar zijn zin en floreert op de nieuwe stek, evenals ikzelf trouwens.
Zoals J.C. Bloem al schreef in zijn gedicht 'De Dapperstraat' (inderdaad van: domweg gelukkig in de Dapperstraat):
En dan: wat is natuur nog in dit land?
Een stukje bos, ter grootte van een krant. (...)
Verder dan mijn achtertuin hoefde ik vandaag niet te gaan om weer verrukt stil te staan. Nog nooit eerder is het mij gelukt een stokroos in bloei te krijgen, hoewel het een supergemakkelijke plant schijnt te zijn.
Maar vandaag genoot ik toch een kleine triomf. Getuige de knaaggaatjes in het blad is hij wellicht ternauwernood ontkomen aan vraat die ook deze keer weer de bloei in de kiem had kunnen smoren.
Hoewel hij al enkele weken bloeit, geniet ik elke dag van de acanthus die dit jaar voor het eerst in bloei kwam. Deze bijzondere plant is me ook zeer dierbaar vanwege zijn herkomst.
Ruim twee jaar geleden bracht ik voor de eerste keer een heerlijke maand door in het schrijvershuis van Adriaan Roland Holst in Bergen. Ik genoot die aprilmaand intens van de prachtige tuin en na zeven jaar flat voelde ik daar voor het eerst weer de sterke behoefte aan een tuin. Van de tuinman kreeg ik een stekje acanthus mee, voor op mijn balkon.
Toen kon ik niet vermoeden dat ik al binnen een half jaar de acanthus in de volle grond van mijn eigen tuin kon poten. De acanthus heeft het hier zichtbaar naar zijn zin en floreert op de nieuwe stek, evenals ikzelf trouwens.
maandag 4 juli 2011
Eén jaar
Vandaag precies een jaar geleden zette ik mijn eerste stappen op het bloggerspad. Een late roeping, het weblog bestaat immers al dik tien jaar. Ik was vooral nieuwsgierig of het werkte, voor anderen en voor mezelf. Belangrijkste criterium: vind ik het leuk genoeg om er een paar keer per week tijd aan te besteden? Het antwoord na een jaar is volmondig: ja. Ongeveer 200 weblogs schreef ik.
Het publiek moet zijn weg vinden naar een weblog, maar ik ben niet ontevreden over de ruim dertig mensen die per dag mijn weblog bekijken. De meeste bezoekers komen uit Nederland, gevolgd door de VS en België, maar ook Zuid-Korea en Oekraïne scoren hoog. Ik weet vrijwel zeker dat die alleen geïnteresseerd zijn in een mogelijke afzetmarkt voor spamberichten.
Ik wilde vooral schrijven over wat me bezighield. Als ik de statistieken bestudeer, kom ik tot de volgende rangorde in aandachtsgebieden: 1. schrijven, schrijfcursus en andere onderwerpen die met mijn schrijfwerk te maken hebben zoals het Roland Holst Huis 2. natuur, die hoge notering verrast me wel 3. boeken 4. Wageningen 5. Limburgs, dialect, Weert 6. Afrika 7. strand. Natuurlijk zit er overlapping in de onderwerpen.
Boeiend is het om te zien hoe mensen al googlend bij mijn weblog terechtkomen. Bijvoorbeeld als ze op zoek zijn naar: hulpmiddel voor linkshandige, vogelpoep op deur betekenis, nevelmaand symbolen, gansewinkel ophaalschema weert. Dat laatste slaat op de huisvuilinzameling van het gelijknamige bedrijf (geen familie). Van sommige andere zoekwoorden kan ik echter niet achterhalen waarom ze naar mijn weblog leiden.
Het goed bijhouden van een weblog kost veel tijd, maar levert mij nog meer plezier op. Bovendien vind ik het leuk om reacties te krijgen. Of ze nou bemoedigend of corrigerend zijn, het bevestigt wel dat mijn blogs gelezen worden. En daar doe ik het uiteindelijk toch ook voor. Voorlopig ga ik er dus mee door.
Mijn ervaringen bij het schrijven van mijn weblog kan ik goed gebruiken bij de schriftelijke cursus Columns en weblogs schrijven die ik nu ontwikkel. Vanaf 1 september is hij beschikbaar.
Nieuwe schrifteljke cursus Columns en weblogs schrijven
Het publiek moet zijn weg vinden naar een weblog, maar ik ben niet ontevreden over de ruim dertig mensen die per dag mijn weblog bekijken. De meeste bezoekers komen uit Nederland, gevolgd door de VS en België, maar ook Zuid-Korea en Oekraïne scoren hoog. Ik weet vrijwel zeker dat die alleen geïnteresseerd zijn in een mogelijke afzetmarkt voor spamberichten.
Ik wilde vooral schrijven over wat me bezighield. Als ik de statistieken bestudeer, kom ik tot de volgende rangorde in aandachtsgebieden: 1. schrijven, schrijfcursus en andere onderwerpen die met mijn schrijfwerk te maken hebben zoals het Roland Holst Huis 2. natuur, die hoge notering verrast me wel 3. boeken 4. Wageningen 5. Limburgs, dialect, Weert 6. Afrika 7. strand. Natuurlijk zit er overlapping in de onderwerpen.
Boeiend is het om te zien hoe mensen al googlend bij mijn weblog terechtkomen. Bijvoorbeeld als ze op zoek zijn naar: hulpmiddel voor linkshandige, vogelpoep op deur betekenis, nevelmaand symbolen, gansewinkel ophaalschema weert. Dat laatste slaat op de huisvuilinzameling van het gelijknamige bedrijf (geen familie). Van sommige andere zoekwoorden kan ik echter niet achterhalen waarom ze naar mijn weblog leiden.
Het goed bijhouden van een weblog kost veel tijd, maar levert mij nog meer plezier op. Bovendien vind ik het leuk om reacties te krijgen. Of ze nou bemoedigend of corrigerend zijn, het bevestigt wel dat mijn blogs gelezen worden. En daar doe ik het uiteindelijk toch ook voor. Voorlopig ga ik er dus mee door.
Mijn ervaringen bij het schrijven van mijn weblog kan ik goed gebruiken bij de schriftelijke cursus Columns en weblogs schrijven die ik nu ontwikkel. Vanaf 1 september is hij beschikbaar.
Nieuwe schrifteljke cursus Columns en weblogs schrijven
zondag 3 juli 2011
Late ontdekking
Dankzij de Proust-leesclub waar ik sinds vorig jaar in zit, heb ik nu - toegegeven, het werd tijd - Madame Bovary van Flaubert ontdekt.
Dat zit zo. Wij kunnen even niet meer vooruit in onze leeskring, nu uitgeverij De Bezige Bij nog steeds talmt met het uitbrengen van de tweede band van het lijvige oeuvre van Marcel Proust 'Op zoek naar de verloren tijd'. De eerste band 'De kant van Swann' hebben we in enkele sessies uitgebreid besproken. De uitgeverij had de verwachting gewekt dat de volgende delen, die grotendeels schijnen klaar te liggen, snel na elkaar zouden verschijnen. Uitgeverijen hebben het blijkbaar niet makkelijk tegenwoordig, dus wellicht vormt het uitbrengen van een serie dikke pillen voor een kleine doelgroep een te groot risico. Maar hoe lang wachten wij nog, voordat we onze toevlucht nemen tot de oudere versies op de tweedehandsmarkt?
Voorshands houden wij ons onledig met klassiekers en Madame Bovary was de eerste. Tijdens mijn studie Frans had ik niet veel zin om eraan te beginnen. Sindsdien had ik ergens in mijn hoofd opgeslagen dat het een traag dramatisch boek was en dat er 25 bladzijden lang werd gezeverd over de bruidstaart.
Maar sinds Proust smul ik van dergelijke uitweidingen, mits goed geschreven. [In werkelijkheid blijkt Flaubert slechts luttele regels te wijden aan de taart. Zulke spelletjes speelt het geheugen blijkbaar om je in je weerstand te bevestigen.]
Ik had nog een oude Franse Folio-pocket (doorleefd uiterlijk, maar ongelezen), en ik vond dat ik het dus maar in de originele versie moest lezen.
Bijna 450 pagina's vertellen het relaas over madame Bovary die in haar jeugd romantische verhalen absorbeert en zich zo ook het ware leven voorstelt. Haar huwelijk met de sullige, saaie plattelandsarts Charles maakt al gauw dat ze zich levend begraven voelt. Ze vindt dat ze in haar zware leven recht heeft op een beetje liefde en ze zoekt dat buiten de deur. Het overspel met de bleue Léon en de doortrapte Rodolphe maakt haar overigens ook niet gelukkig, evenmin als de aankopen in cadeaus en kleding waarmee ze de leegte in haar leven tracht te vullen. Haar spilzucht brengt haar steeds meer in de macht van haar schuldeiser en dan ziet ze geen andere uitweg meer dan uit het leven te stappen. Flaubert speelt een mooi spel met realisme en romantiek.
Het boek heeft me op alle fronten verrast. Het las als een trein, was na 150 jaar nog actueel, beeldend geschreven, met psychologisch inzicht en vooral onverwacht veel humor.
Proust-leeskring
Dat zit zo. Wij kunnen even niet meer vooruit in onze leeskring, nu uitgeverij De Bezige Bij nog steeds talmt met het uitbrengen van de tweede band van het lijvige oeuvre van Marcel Proust 'Op zoek naar de verloren tijd'. De eerste band 'De kant van Swann' hebben we in enkele sessies uitgebreid besproken. De uitgeverij had de verwachting gewekt dat de volgende delen, die grotendeels schijnen klaar te liggen, snel na elkaar zouden verschijnen. Uitgeverijen hebben het blijkbaar niet makkelijk tegenwoordig, dus wellicht vormt het uitbrengen van een serie dikke pillen voor een kleine doelgroep een te groot risico. Maar hoe lang wachten wij nog, voordat we onze toevlucht nemen tot de oudere versies op de tweedehandsmarkt?
Voorshands houden wij ons onledig met klassiekers en Madame Bovary was de eerste. Tijdens mijn studie Frans had ik niet veel zin om eraan te beginnen. Sindsdien had ik ergens in mijn hoofd opgeslagen dat het een traag dramatisch boek was en dat er 25 bladzijden lang werd gezeverd over de bruidstaart.
Maar sinds Proust smul ik van dergelijke uitweidingen, mits goed geschreven. [In werkelijkheid blijkt Flaubert slechts luttele regels te wijden aan de taart. Zulke spelletjes speelt het geheugen blijkbaar om je in je weerstand te bevestigen.]
Ik had nog een oude Franse Folio-pocket (doorleefd uiterlijk, maar ongelezen), en ik vond dat ik het dus maar in de originele versie moest lezen.
Bijna 450 pagina's vertellen het relaas over madame Bovary die in haar jeugd romantische verhalen absorbeert en zich zo ook het ware leven voorstelt. Haar huwelijk met de sullige, saaie plattelandsarts Charles maakt al gauw dat ze zich levend begraven voelt. Ze vindt dat ze in haar zware leven recht heeft op een beetje liefde en ze zoekt dat buiten de deur. Het overspel met de bleue Léon en de doortrapte Rodolphe maakt haar overigens ook niet gelukkig, evenmin als de aankopen in cadeaus en kleding waarmee ze de leegte in haar leven tracht te vullen. Haar spilzucht brengt haar steeds meer in de macht van haar schuldeiser en dan ziet ze geen andere uitweg meer dan uit het leven te stappen. Flaubert speelt een mooi spel met realisme en romantiek.
Het boek heeft me op alle fronten verrast. Het las als een trein, was na 150 jaar nog actueel, beeldend geschreven, met psychologisch inzicht en vooral onverwacht veel humor.
Proust-leeskring
vrijdag 1 juli 2011
Onmisbaar op reis
Nu de vakantietijd is aangebroken, spelen reclamemakers daar graag op in met onmisbare spullen voor op reis. Onlangs kwam ik in het tijdschrift van mijn ziektekostenverzekeraar reclame tegen voor een compacte reisapotheek.
Kek tasje, maar wat zat er allemaal in?
Ik dacht dat ik van veel markten thuis was, maar bestonden er zelfs diarreer-emmers? Was diarreren een werkwoord en hoezo had je daar een emmer voor nodig? Zoals je voor pureren een pureermixer kunt gebruiken? Maar emmers, zulke hoeveelheden? Sneu als dat je in je tentje overvalt.
Ik kreeg onmiddellijk medelijden met al die onbekenden kampioenen racekak die blijkbaar een gat in de markt vormden.
Ik hing nog in de verwondering over dit onbekende product, toen ik ineens een hè-hè-moment kreeg: het afbrekingsstreepje stond verkeerd.
Tijdens mijn bedrijfstrainingen schriftelijke communicatie adviseer ik meestal aan de deelnemers af te zien van afbrekingen aan het eind van de regel. In het Nederlands zijn die regels immers zo ingewikkeld en anders zou je voortdurend het Groene Boekje moeten raadplegen.
Op de website van de verzekeraar staat de compacte reisset voluit beschreven, zonder afbreking. En met bijsluiter.
Kek tasje, maar wat zat er allemaal in?
Ik dacht dat ik van veel markten thuis was, maar bestonden er zelfs diarreer-emmers? Was diarreren een werkwoord en hoezo had je daar een emmer voor nodig? Zoals je voor pureren een pureermixer kunt gebruiken? Maar emmers, zulke hoeveelheden? Sneu als dat je in je tentje overvalt.
Ik kreeg onmiddellijk medelijden met al die onbekenden kampioenen racekak die blijkbaar een gat in de markt vormden.
Ik hing nog in de verwondering over dit onbekende product, toen ik ineens een hè-hè-moment kreeg: het afbrekingsstreepje stond verkeerd.
Tijdens mijn bedrijfstrainingen schriftelijke communicatie adviseer ik meestal aan de deelnemers af te zien van afbrekingen aan het eind van de regel. In het Nederlands zijn die regels immers zo ingewikkeld en anders zou je voortdurend het Groene Boekje moeten raadplegen.
Op de website van de verzekeraar staat de compacte reisset voluit beschreven, zonder afbreking. En met bijsluiter.
Bij de dag leven
Het is een nobel streven om meer in het moment te leven, maar bij de dag leven vind ik vaak al een hele toer.
Dit jaar is pas net over de helft en ik ben al met 2012 bezig. De Kunstagenda van 2012 is namelijk in de maak en ik kom er deze editie ook in. Vier uiteenlopende gedichten van mij krijgen er een plaats naast werk van 14 voornamelijk beeldend kunstenaars. Enkele namen: Twan de Vos, Ingeborg Leeftink, Menno Bauer en Pieter Vermeulen.
http://kunstagenda.web-log.nl/
De Kunstagenda, een initiatief van Marlou Kursten Kunstbemiddeling, verschijnt voor de 15e keer.
De presentatie vindt plaats op 5 november om 17 uur bij boekhandel Kniphorst in Wageningen, waar die hele maand een tentoonstelling is van werk dat in de agenda staat.
November is gelukkig nog ver voorbij de verse zomer, maar dit mooie vooruitzicht geeft op voorhand wel enige kleur aan die grauwe maand.
http://kunstagenda.web-log.nl/
woensdag 29 juni 2011
Limburgs kalle én schrieve
Hét Limburgs bestaat niet. Wat we onder de noemer Limburgs scharen (officieel volgens het Europees handvest ook erkend als streektaal) is een verzameling dialecten. Elke stad of dorp heeft zijn eigen dialect dat soms behoorlijk verschilt met dat van een naburige plaats. Taalrijkdom, vind ik. Gelukkig bevestigen onderzoeken steeds weer dat een tweetalige opvoeding juist een grotere taalgevoeligheid bevordert.
Sommige ouders in Limburg denken nog steeds dat de schoolprestaties van hun kind eronder lijden als ze thuis dialect praten. Gevolg is meer dan eens dat de ouders een rare mengelmoes praten van slecht Nederlands en half dialect. Ja, dát is slecht voor kinderen. De meeste kinderen kunnen namelijk al heel jong perfect de overstap maken van dialect naar Nederlands, afhankelijk van de situatie en de mensen met wie ze spreken. Ik ben dan ook erg blij dat mijn ouders me het Weerts met de paplepel hebben ingegeven.De Raod veur 't Limburgs is een postercampagne begonnen om ouders te stimuleren dialect te 'kalle' (praten) met hun kinderen.
Bovendien heeft de provincie een drieluik laten maken met filmpjes die het belang van de streektaal willen overbrengen.
Nog tot 9 juli hebben kinderen de gelegenheid om een verhaaltje of gedicht in hun eigen dialect in te sturen voor Platbook 7 dat dit najaar verschijnt. Er zijn al heel wat inzendingen binnen en ik mag de selectie maken.
Meer informatie over het schrijfproject 'Kinger sjrieve plat' staat op:
Kinger sjrieve plat
Ik wist het al lang, maar sommige mensen zal het misschien verbazen. Het dialect leent zich ook goed om literatuur in te schrijven.
Een actueel bewijs daarvan is De psychiater van Connie Palmen, dat in een tweetalige uitvoering verscheen. De originele tekst is het zevende hoofdstuk uit haar boek De wetten uit 1991. Oud-streektaalfunctionaris dr. Pierre Bakkes heeft het vertaald in het Bergs, het dialect van haar geboorteplaats St.-Odiliënberg.
Voor mij lijken het twee verschillende verhalen. Wanneer ik de passage in het dialect lees over de Sacramentsprocessie, hoor en zie ik die meer voor me dan in het Nederlands. Als de pastoor met de monstrans voorbijkomt, kan ik de wierook bijna ruiken en de twijfel voelen van het katholiek opgevoede pubermeisje dat besloten heeft existentialist te worden.
Ook zij gaat uiteindelijk door de knieën.
De pastoor bijt haar de volgende woorden toe. " 'Knieje', sisde hae, 'knie veur 't Alderheiligste, witte!'
Ich baog neet dore knieje, ich sjtortde drop neer.
Ich wól baeje óm vergaeving, gluif mich, mer ich wis neet meer waem mich vergaeving mósj sjinke, God, mie grootvader of meneer Sartre."
Filmpjes over het belang van de streektaal in Limburg
Drieluik streektaal Limburgs, deel 1
Drieluik streektaal Limburgs, deel 2
Drieluik streektaal Limburg, deel 3
Bovendien heeft de provincie een drieluik laten maken met filmpjes die het belang van de streektaal willen overbrengen.
Nog tot 9 juli hebben kinderen de gelegenheid om een verhaaltje of gedicht in hun eigen dialect in te sturen voor Platbook 7 dat dit najaar verschijnt. Er zijn al heel wat inzendingen binnen en ik mag de selectie maken.
Meer informatie over het schrijfproject 'Kinger sjrieve plat' staat op:
Kinger sjrieve plat
Ik wist het al lang, maar sommige mensen zal het misschien verbazen. Het dialect leent zich ook goed om literatuur in te schrijven.
Een actueel bewijs daarvan is De psychiater van Connie Palmen, dat in een tweetalige uitvoering verscheen. De originele tekst is het zevende hoofdstuk uit haar boek De wetten uit 1991. Oud-streektaalfunctionaris dr. Pierre Bakkes heeft het vertaald in het Bergs, het dialect van haar geboorteplaats St.-Odiliënberg.
Voor mij lijken het twee verschillende verhalen. Wanneer ik de passage in het dialect lees over de Sacramentsprocessie, hoor en zie ik die meer voor me dan in het Nederlands. Als de pastoor met de monstrans voorbijkomt, kan ik de wierook bijna ruiken en de twijfel voelen van het katholiek opgevoede pubermeisje dat besloten heeft existentialist te worden.
Ook zij gaat uiteindelijk door de knieën.
De pastoor bijt haar de volgende woorden toe. " 'Knieje', sisde hae, 'knie veur 't Alderheiligste, witte!'
Ich baog neet dore knieje, ich sjtortde drop neer.
Ich wól baeje óm vergaeving, gluif mich, mer ich wis neet meer waem mich vergaeving mósj sjinke, God, mie grootvader of meneer Sartre."
Filmpjes over het belang van de streektaal in Limburg
Drieluik streektaal Limburgs, deel 1
Drieluik streektaal Limburgs, deel 2
Drieluik streektaal Limburg, deel 3
Abonneren op:
Posts (Atom)