vrijdag 30 december 2016

Kwaadschiks

Goedschiks of kwaadschiks. Nou, in het leven van Nico Dorlas gebeurt zowat alles kwaadschiks. Dorlas is het hoofdpersonage in Kwaadschiks, de nieuwe roman van A.F.Th. van der Heijden, deel 6 van zijn mega-cyclus De Tandeloze Tijd.
Bij Van der Heijden is alles mega. De omvang van zijn boeken, het exuberante taalgebruik, de vele personages.
Ik hou niet eens van dikke boeken. En toch las ik deze Van der Heijden, maar liefst 1280 pagina's binnen 5 dagen uit. Meegesleept, zoals ook in zijn eerdere boeken. Ik ben geen hardcore fan van geweld in boeken en van uitvoerige beschrijvingen. Ook dit nieuwe boek tartte weer mijn leesvoorkeuren.
Als lezer wil ik de hoofdpersonages aardig vinden, me kunnen vereenzelvigen. Maar dat lukt bij Nico Dorlas met geen mogelijkheid. Even, bijna, als ik de kwetsbare puber zie die verleid wordt door de minnares van zijn vader. Maar later neemt hij excessief wraak.
Dorlas wappert verontschuldigend met een eerdere diagnose uit het Pieter Baan Centrum: hij is immers een theatrale narcist. Van der Heijden is als schrijver in de huid gekropen van dat onsympathieke personage die zichzelf als het middelpunt van de wereld ziet.
Geen enkele zelfreflectie heeft hij bij zijn eigen aandeel in het kwaad. Hij ziet zichzelf als held. Tegen het eind blijkt hij slechts een enorme loser te zijn die anderen meesleept in zijn val. Niets van al zijn plannen lukt. Brengt hem dat dan tot inkeer? Geenszins.
Hij blijft hopen op gratie, zodat hij daarna zijn boze plan eindelijk goed tot uitvoer kan brengen.
Van der Heijden dwingt bij mij bewondering af. Hij bouwt autonoom en eigenzinnig aan een oeuvre. Hij durft groot te denken, én hij voert zijn schrijfplannen nog uit ook.
Is er dan niets negatiefs te zeggen over het boek?
De schrijver maakt nergens aannemelijk waarom die vrouwen allemaal op Dorlas vielen, en vooral waarom ze bij hem bleven? Maar dat is vaak de crux bij huiselijk geweld.
Er was een fragment in het café waarbij een personage iets doorvertelt (was het Quist, Staf of Albert?) wat hij volgens mij niet gehoord kon hebben. Ik wilde terugbladeren, om de schrijver te betrappen op een fout. Had hij even het overzicht verloren in die veelheid van zijn boeken, personages en gebeurtenissen? Mijn reactie was echter vrijwel meteen: ach, laat maar. Het maakt niet uit. Normaal vind ik inconsistentie en ongeloofwaardigheid storende fouten van een schrijver, die daarvoor ook niet behoed is door een strenge redacteur.
Heel even zakte het verhaal voor mij in toen de rechercheurs Dorlas bijpraatten over wat er is gebeurd, terwijl je dat als lezer al lang weet. Maar hoeveel bladzijden had dat gescheeld? 10, 20 misschien.
En het laatste hoofdstuk als een soort epiloog. Tikkeltje mwah. Dat heeft dit boek niet nodig.

Het zij A.F.Th. van der Heijden allemaal vergeven.
Als je zo'n lezerservaring kunt opwekken, ben je een groot schrijver. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen