Posts tonen met het label Roland Holst Huis Bergen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Roland Holst Huis Bergen. Alle posts tonen

donderdag 16 november 2023

Stekeblind, thriller van lange adem

Over enkele weken komt mijn nieuwe thriller Stekeblind uit. Na 17 jaar eindelijk weer een Anne Winkels, het pseudoniem dat ik voor mijn spannende boeken gebruik. In 2006 verscheen ‘Deadline’.

Het is een schrijfproces van lange adem geweest. Tussen prille vingeroefeningen in november 2010 en publicatie nu liggen precies 13 jaren. Dat klinkt vrij dramatisch en moeizaam. Maar ik was maanden, soms zelfs jaren niet met deze thriller bezig. Het leven en veel andere boeken kwamen er tussendoor.
Toch liet het boek mij niet los en telkens was ik verrast als ik doorlas wat ik ook alweer had opgeschreven. Dat geeft soms ook de afstand om kritisch en opnieuw te kijken naar een verhaal.

Ik bekijk nu de mappen met researchmateriaal en eerdere versies. In november 2010 schreef ik in het schrijvershuis van Adriaan Roland Holst in Bergen. Daar tikte ik de eerste hoofdstukken, die ik vingeroefeningen noemde. Herkenbaar aan de groene inkt waarmee de printer daar ze afdrukte.
Maar ik kom ook knipsels tegen uit mappen met ideeën. Een daarvan nam ik mee naar het Roland Holst Huis in april 2009 toen ik daar ook al een maand verbleef. Ik noteerde er voor mezelf het idee om een thriller te schrijven over een verdwijning. Blijkbaar een thema dat me lang intrigeerde. Ik vind daar zelfs een krantenknipsel over terug uit 1994.

Het is dan ook geen wonder dat mijn thriller in wording vele jaren ‘Verdwijning’ als werktitel had. Mijn hoofdpersonage verdwijnt namelijk ook. Maar ergens anders een nieuw leven beginnen komt haar aanvankelijk goed uit.
Daarna gaf ik de thriller de voorlopige titel ‘Hoe blind kun je zijn?’ Pas na de uitgeefbeslissing van uitgeverij Ellessy deze zomer werd de titel definitief ’Stekeblind’.

Voor deze thriller had ik een andere werkwijze dan bij mijn eerdere spannende boeken. In september 2019 schreef ik daarover in een blog:
Bij mijn thrillers had ik steeds gewerkt met strakke concepten. Maar de thriller waar ik nu al een poosje mee bezig ben, ben ik zonder plan begonnen. Het gaf me toch wel een vreemd gevoel toen ik over de helft was en nog steeds geen lijk had. Tot op de laatste bladzijden bleef het voor mij spannend. Maar aan het eind had ik dan toch een dode en een dader. Gelukkig, dat staat anders ook zo slordig in een thriller. Maar het boek is nog lang niet af. Door deze merkwaardige manier van werken zit ik nu nog met allerlei losse eindjes.


Je kunt zeggen dat Stekeblind heel organisch tot stand is gekomen, maar dat haalde misschien ook wel de vaart uit het schrijfproces. Des te blijer ben ik dat het boek dan nu eindelijk verschijnt én beter dan in al die eerdere versies.

Spannend vind ik het ook. Het voelt toch een beetje alsof ik na zo’n lange tijd opnieuw debuteer als thrillerschrijver. 

woensdag 4 september 2019

Thuis en het Roland Holsthuis

In 2009 en 2010 bracht ik een maand door in het schrijvershuis van Roland Holst in Bergen.
Het was heel anders dan mijn thuis in Wageningen. Dat is misschien ook wel een van de redenen dat ik graag werk in een schrijvershuis. Los van de comfortabele en vertrouwde omgeving kom ik tot nieuwe ideeën en werkwijzen.
Het Roland Holsthuis neemt in mijn schrijfverblijven een bijzondere plek in. De kleine villa aan de Nesdijk geeft zich niet heel gemakkelijk gewonnen. Er zweeft nog altijd iets rond van de illustere gasten die Adriaan Roland Holst ontving, de somberte waar hij soms aan leed, en daarna al die schrijvers die elkaar opvolgden sinds het Letterenfonds het huis tot schrijvershuis bestemde. Er is genoten, maar er is ook veel gezwoegd in dat huis. En zelf deed ik dat ook. Je hebt immers maar een maand, dus er moet gewerkt worden.
Het is geen geruststellend huis, het heeft ook wel iets spartaans. De steile trap, de zware deuren, en dan die wonderlijke spiegel in de slaapkamer. Ik weet niet of hij er nog steeds is. Maar er wás iets met die verweerde spiegel.
Tot mijn verbazing lees ik er niets over in het boek 'Thuis' van Pieter Hoexum, dat onlangs verscheen. Hij verbleef ook meerdere malen in het Roland Holsthuis. Het staat zelfs centraal in dit boek met als ondertitel 'Filosofische verkenningen van het alledaagse'.
Omdat ik het huis ken, was het zeker interessant om te lezen. Maar ook om met Pieter Hoexum te verkennen wat nu een thuis-gevoel is.
Onder het lezen opende ik de achterdeur, die eigenlijk voordeur is, liep ik allengs zekerder over de steile trap, stond ik weer in de royale badkamer met de beschutte douche. Zag ik weer de briefjes van  een zorgzame beheerdershand. De spiegeling van de terrasdeuren. Voelde ik opnieuw het soms wat unheimische gevoel 's avonds in mijn eentje in dat huis met zoveel historie.
Ik voelde me er thuis en ook weer niet. En dat is mooi, want anders had ik net zo goed thuis kunnen blijven.
Met al die herinneringen in mijn achterhoofd heb ik 'Thuis' van Pieter Hoexum gelezen. In zijn onderzoek naar het begrip Thuis komt hij niet tot een definitief antwoord - gelukkig maar -, zijn zoektocht is al interessant.
In een van de pogingen tot definitie slaat Hoexum de plank mis: 'Home is waar de wifi mij herkent' (illustratie p.104). Maar de wifi herkent mij ook bij vrienden en familie, zelfs in hotels  en al die andere plekken waar ik ooit gebruik maakte van de huiswifi.
Al met al was het leuk om dit boek te lezen. Zelf was ik de afgelopen tijd bezig met mijn kinderboek (10+) over heimwee, een pendant van thuis. Deze maand verschijnt 'Op reis met heimwee' bij uitgeverij De Eenhoorn.


Een van de blogs die ik schreef over het Roland Holst Huis

zaterdag 29 oktober 2016

Binnenkijken in Roland Holst Huis

Binnenkijken in het Roland Holst Huis in Bergen? Dat kan zelden in dit bijzondere schrijvershuis, waar elke maand een andere schrijver werkt. Maar zondag 30 oktober is er open huis.
Zelf werkte ik er twee keer een maand: in april 2009 en november 2010. Mijn verblijf leverde vooral intensieve schrijftijd op en veel ideeën. Dat resulteerde uiteindelijk in drie boeken: Logeerbeer, Deze schelp verdient een kistje en Niemandsdochters.

Ben je schrijver en denk je erover ook een verblijf aan te vragen in het Roland Holst Huis?
Of ben je gewoon benieuwd hoe het huis van de dichter Adriaan Roland Holst er van binnen uitziet?
Tussen 11 en 17 uur stelt het Letterenfonds het huis aan de Nesdijk 7 open.
 

Website Letterenfonds over open dag Roland Holst Huis

Blog terugblik verblijf november 2010
Blog nov. 2010 schrijven over schrijven

donderdag 24 maart 2016

Niemandsdochters, het boek


Gisteren heb ik mijn nieuwe boek Niemandsdochters gelezen.
Pardon? Je eigen boek gelezen? 
Jazeker, Niemandsdochters, het boek. Het uiteindelijke papieren exemplaar in handen houden is heel anders dan printvellen lezen of vanaf het computerscherm.
Vreemd misschien - want ik weet precies waar het boek over gaat -, maar het is ook nog eens spannend: hoe lees ik het nu? Staan er geen domme fouten in? Boeit het me wel?


Niemandsdochters heeft een lange ontstaansgeschiedenis. Tijdens mijn eerste verblijf in het schrijvershuis van Roland Holst in Bergen, april 2009, ontstond al het idee voor dit jongerenboek. In november 2010 in Bergen kwam het min of meer af, in eerste versie althans.
Bij vlagen, want er kwamen andere boeken tussendoor, nam ik in de jaren daarna de revisie ter hand. Vorig jaar was ik zover dat ik de voorlopig definitieve eindversie naar uitgeverij De Eenhoorn kon sturen en uitgave werd bepaald op maart 2016.

Nu is het boek er dus. Het had als werktitel Winkeldochters, maar ik begreep al snel dat jongeren van nu die term niet meer kennen. Spullen waar de winkelier mee blijft zitten, die niemand wil hebben.
Zo voelen Chantal en Ange zich die in hetzelfde pleeggezin terechtkomen. Dat schept een band zou je zeggen, maar de meiden begrijpen elkaar totaal niet. De een is door haar moeder de deur uitgezet, de ander vlucht zelf weg uit een verstikkende situatie en wil na de scheiding bij geen van beide ouders wonen.

Ontheemd, in zekere zin verweesd, Niemandsdochters.
  
Hoe het lezen van mijn eigen boek me beviel? Prima, omdat het goed laat zien hoe belangrijk hechte familiebanden zijn voor de ontwikkeling van een kind. Emotionele verwaarlozing, onder druk zetten, een kind geen kind laten zijn, ook dat zijn vormen van kindermishandeling.
In wezen is Niemandsdochters een schreeuw om ouderliefde, of het nu gaat om biologische ouders of pleegouders. Je wilt als kind gezien worden en gewaardeerd worden om wie je bent, ook als je eens een misstap begaat.
De twee meisjes vinden afleiding en troost in muziek, tekenen en hardlopen.
Het gaat over universele thema’s als opgroeien, samen leven onder een dak en je eigen weg vinden.


Het boek is nu verkrijgbaar in boekwinkels of te bestellen.
Niemandsdochters, uitg. De Eenhoorn, 14+, 170 blz.



Website uitgeverij De Eenhoorn - Niemandsdochters
Blog 2010 over Winkeldochters

dinsdag 10 maart 2015

Deze schelp verdient een kistje

Met elk nieuw boek dat verschijnt, ben ik blij. Maar met sommige boeken ben ik extra blij. 'Deze schelp verdient een kistje'  is zo'n boek. Het is net uit en elke keer als ik het bekijk, word ik weer warm en voel ik me trots.
Alles klopt aan dit boek. De tedere, humoristische en altijd treffende tekeningen van Richard Verschraagen, de vormgeving van Dries Desseyn en mijn verhaal dat dankzij de inbreng van uitgever Marita Vermeulen van De Eenhoorn nog aan diepte en betekenis won.
De ontstaansgeschiedenis van dit boek is lang, maar die rijpingstijd had het nodig.
Ik schreef er eerder blogs over, zoals Onderweg naar een beter verhaal en Herherherschrijven.
Zonder dat ik tevoren thema's in dit boek wilde stoppen, zitten ze er wel in: ontdekken, loslaten, omgaan met verlies, verlangen, keuzes maken. Het boek speelt zich af in mijn geliefde omgeving: de zee en het strand.
Poëtisch, filosofisch, zo kun je het noemen, maar het is ook gewoon een verhaal over het meisje Veerle dat het leven ontdekt.
Het boek is rijk voorzien van illustraties. Niet weggefrummeld onderaan een pagina, maar royaal, vaak over dubbele pagina's. Met illustrator Richard Verschraagen heb ik tevoren geen contact gehad, maar hij heeft de sfeer van mijn verhaal haarfijn aangevoeld. Ik schrijf over Afrika en hij tekent zomaar een pagina vol maskers. Hoe kon hij weten dat die mijn speciale interesse hebben? En de drieteenstrandlopertjes die mij altijd vrolijk maken? Hij tekent een hele pagina vol.
Fijnzinnige details. De alleszeggende troostende hand van de jongen ontroert me telkens.
De uitgever heeft de tekenaar de ruimte gegeven de wereld van mijn verhaal aan te vullen. Daardoor huppelt er soms een grappig hondje door het beeld, leuk.
Geen probleem ook dat hij niet het strand tekent van 'mijn' Egmond aan Zee, maar een typisch Zeeuws strand met paalhoofden, waar hij in de buurt woont.


Zaterdag móest ik weer even de zee zien en deze keer werd dat het strand tussen Kijkduin en Scheveningen. Mijn personage Veerle zou het moeilijk hebben gehad met de grote hoeveelheid aangespoelde schelpen. 'Deze schelpen verdienen allemaal een kistje', zou ze wellicht hebben uitgeroepen.
Met de stelligheid van kinderen zegt ze in het begin van het boek nog dat ze álle schelpen van de wereld wil verzamelen. Dat beperkt ze later tot alleen de mooiste. Maar ze ziet aan haar opa bij wie ze woont, dat die niet eens zoveel schelpen heeft verzameld in zijn leven. De schelpen die hij heeft bewaard, zijn wel stuk voor stuk vol betekenis.
Tot Veerle op een dag weloverwogen zegt: Deze schelp verdient een kistje.
En in die woorden ontdekte de illustrator ineens de titel voor dit bijzondere boek.

Website Annie van Gansewinkel - Deze schelp verdient een kistje

Website uitgeverij De Eenhoorn

zaterdag 12 oktober 2013

Gisèle

Met warme belangstelling en genoegen heb ik Gisèle van Susan Smit gelezen. Een roman op ware feiten gebaseerd waarin drie levens centraal staan: dichter Adriaan Roland Holst ('Jany'), actrice Mies Peters en kunstenares Gisèle van Waterschoot van der Gracht.
Roland Holst heeft gelijktijdig en afwisselend relaties van liefde, vriendschap en seks met beide vrouwen en is daardoor de verbindende figuur in het boek.
Het boek is genoemd naar Gisèle en die komt voor mijn gevoel ook meer uit de verf, zodanig dat ik even dacht: waarom niet alleen een boek over haar? Maar de hoofdstukken over de wereldse, aardse en wat meer oppervlakkige Mies belichten ook een andere kant van Roland Holst. Gisèle spreekt de poëtische en beschouwelijke kant in hem aan.
Hij kan niet kiezen en als lezer denk ik ook dat de relaties daardoor ook hun leven lang waardevol voor ieder van hen bleven. Trouw in ontrouw, zoals enkele malen ter sprake komt.
Maar behalve over liefde, vriendschap, leven en dood is dit ook een boek over kunst en ethiek, of leven en ethiek.
Wat had ík in de Tweede Wereldoorlog gedaan als ik me als schrijver had moeten inschrijven in de Kultuurkamer? En wat wanneer collega's bij me hadden aangeklopt om onder te duiken? Had ik geweigerd zelfcensuur toe te passen in mijn werk?
Susan Smit slaagt erin het voor mij invoelbaar te maken hoe het als schrijver kan zijn als je niet meer kunt schrijven wat je wilt, als je je huis uit moet, als je gedwongen door het lot met te veel mensen in te weinig ruimte met te weinig eten moet leven en werken. Dat is onder meer het geval in het huis van Gisèle die haar woning en hart openstelt voor onderduikers en evacués. Treffend vind ik ook te lezen hoe kunst en cultuur mensen in benarde tijden op de been houdt. Clandestiene toneelvoorstellingen, literaire of muzikale bijeenkomsten. De troost van de schoonheid.
Adriaan Roland Holst moest zijn huis aan de Nesdijk in Bergen verlaten. Het was niet veilig meer voor hem, omdat hij niet voor de Kultuurkamer had getekend. Bovendien lag het tegenover een militair vliegveld en vorderden Duitse militairen later ook zijn huis.

Ik kon het me des te beter voorstellen, omdat ik het huis ken. Het Fonds voor de Letteren stelt het beschikbaar als schrijvershuis en ik mocht er tweemaal een maand werken, in april 2009 en november 2010.
In het boek komen verschillende passages in het huis voor, bijvoorbeeld over Jany met zijn geliefdes of met vrienden. De keuken, kamer, slaapkamer, badkamer, ik vind er zowat blindelings mijn weg.
Niet alleen die drie levens, maar ook dit bijzondere huis kwam weer tot leven in het boek.
Susan Smit heeft de documentatie, zoals brieven, kundig en soepel verweven in het verhaal van drie bijzondere mensen.

Van Gisèle zag ik op de site van Susan Smit een fantastische opname (zie: uitzending Pauw en Witteman, fragment uit programma De Stoel van Rik Felderhof). De kunstenares is daar al bijna negentig en levenslust, nieuwsgierigheid en speelse geest spat ervan af. Dat versterkt nog mijn idee dat zij een fascinerende vrouw was. In mei van dit jaar overleed ze op 100-jarige leeftijd. Zo'n rijk leven verdiende dit boek!
  

Een van mijn blogs uit het Roland Holst Huis (nov. 2010)

woensdag 31 juli 2013

Het geheugen van de tuin

Toen ik vier jaar geleden dit huis met tuin betrok, was de tuin zowat een tabula rasa. Een boom, een hortensia, wat gras en veel klinkers.

Nu ligt er een kleine vijver en staan er vooral veel planten. Te veel zelfs, en in het najaar - zo neem ik me opnieuw heilig voor - ga ik rigoureus snoeien, scheuren, kortwieken en rooien.

Maar op enkele planten ben ik bijzonder zuinig. Zij brachten hun eigen verleden mee. Er is de kleine border met planten uit mijn ouderlijk huis. Daar staan bijvoorbeeld de 'druipende hartjes' (dicentra) en ook de lelietjes-van-dalen, waarvan ik de verre voorouders in mijn haar droeg bij de 'grote' communie.
Naast dat nostalgische hoekje verheft zich een plant van een heel andere orde: de acanthus.
Toen ik als brugklasser bij geschiedenis de typen Griekse zuilen moest kunnen herkennen en tekenen, zei het woord me niets. Het kapiteel van de Corinthische zuil was versierd met acanthusblad.
Het duurde tot 2009 dat ik deze klassieker voor het eerst in het echt zag. Hij stond in de tuin van het schrijvershuis van Adriaan Roland Holst in Bergen waar ik een maand werkte.
Ik vertelde de tuinman over mijn tuinen in het verleden en dat ik op dat moment op een flat woonde. Heel attent gaf hij me een kleine stek mee van de acanthus. Voor op mijn balkon. Ik had zelf toen geen idee dat ik enkele maanden later toch weer een tuin zou hebben.
De acanthus heeft het op deze vruchtbare, eigenzinnige mix van klei- en zandgrond geweldig naar zijn zin en bloeit dit jaar nog uitbundiger. Hij is me ook dierbaar, omdat hij herinnert aan de goede schrijfmaanden die ik op die bijzondere plek heb doorgebracht.

vrijdag 18 mei 2012

zaterdag 14 januari 2012

Logeerbeer

Nog zo'n dertig nachtjes slapen, dan is het eindelijk zo ver. Mijn eerste prentenboek verschijnt: Logeerbeer.




Ik kan bijna niet wachten, zo blij ben ik er op voorhand mee.

Uitgeverij De Eenhoorn
brochure Nederland
voorjaar 2012
(klik om te vergroten)

Het is niet alleen een goed verhaal, - al zeg ik het zelf -, maar het ziet er ook nog eens prachtig uit. De talentvolle illustrator Elisah De Bruycker heeft er warme en schattige illustraties bij gemaakt. Ik ben blij dat uitgeverij De Eenhoorn er alle tijd en aandacht aan heeft besteed om het tot zo'n kloppend geheel te maken, volledig in kleur. In de fonkelnieuwe brochure typeert de uitgeverij het terecht als: Een boek met een hoog knuffelgehalte.
Telkens als ik de afgelopen tijd het ontwerp bekeek, begon ik vertederd te glimlachen.
De geboortegrond van mijn logeerbeer Knoef is Bergen, waar ik het in april 2009 schreef toen ik voor de eerste keer een maand werkte in het Roland Holst Huis. Nooit had ik de ambitie gehad om voor jonge kinderen te schrijven en daar gebeurde het ineens.
Op het moment dat het idee bij me binnenkwam, wist ik niet dat er op veel scholen zoiets bestaat als een logeerbeer of logeerpop, of klaspop zoals ze in Vlaanderen zeggen.
Knoef komt bij Kas logeren en kan niet slapen. Het woord heimwee komt in het hele boek niet voor, maar daar gaat het dus wel over.
De kinderboeken die ik tot dusver schreef, waren voor oudere kinderen, vanaf een jaar of zeven. Ik had niet kunnen vermoeden dat ik ooit voor kleuters uit eigen werk zou voorlezen. Toch hebben kleuters in Gastel in de kinderboekenweek 2011 al de primeur van Logeerbeer gehad en ik vond het een waar genoegen om voor dit veel jongere publiek op te treden.
Overigens moeten de kinderen in Vlaanderen nog wat extra nachtjes slapen, daar verschijnt het boek in maart.

In 2008 gaf Uitgeverij De Eenhoorn ook al mijn kinderboek Papa zonder grenzen uit.

vrijdag 28 oktober 2011

Werkplekken

Als schrijver beschik ik thuis over verschillende werkplekken, afhankelijk van aard van het werk, mijn stemming en het weer. Bij voorkeur werk ik in de tuin, maar nu breekt onverbiddelijk het binnenseizoen aan.
Er zijn schrijvers die het best gedijen bij een 'room without view', hoogstens zicht op een blinde muur, sommige collega's zweren bij een raamloze cel.
Ik heb juist enige afleiding nodig, al is het maar van de kastanje voor mijn raam die zienderogen verkleurt of de wolkenhemel die voortdurend verandert. Ik heb - heel luxe - maar liefst twee werkkamers. Een schrijfkamer met een bureautje maar waarin vooral de chaise longue me uitnodigt de tijd te nemen en me open stellen voor zinnige en onzinnige gedachten en ideeën. En een werkkamer met computer, archiefkasten, hangmappen, stapelbakken en veel boeken.
Conferentiecentrum Val Monte
in Berg en Dal
In deze periode van het jaar kom ik doorgaans nauwelijks aan schrijven toe. Ik geef cursussen creatief schrijven, lezingen en er zijn meer activiteiten buitenshuis.
Ook een andere neventak vraagt nu veel tijd, de bedrijfstrainingen die ik als freelancer geef voor Schouten & Nelissen. Dat zijn uiteenlopende trainingen schriftelijke communicatie, waarbij deelnemers onder meer leren beter schriftelijk te rapporteren en helder te formuleren. Ook geef ik opfriscursussen spelling. Meestal komen deelnemers van verschillende bedrijven daarvoor naar een conferentiecentrum.
In ruim tien jaar heb ik al heel wat trainingslocaties bezocht, vaak schitterend gelegen.
Mijn favoriete werkplek was ooit in Noordwijk, waar ik vanaf mijn tafel 'voor de klas' zelfs zicht op zee had. Maar gisteren heeft zich een nieuwe favoriet aangediend. Ik gaf een training in Berg en Dal waar de trainingsruimte grensde aan een prachtige tuin, maar waar we ook een adembenemend uitzicht hadden op de Ooijpolder en daarachter het heuvelige Reichswald.

Roland Holst Huis Bergen
eerste verblijf april 2009
 Hoezeer ik ook geniet en voldoening krijg van al die schrijfcursussen, ik kijk uit naar iets meer rust in de tent waardoor ik eindelijk weer kan neerstrijken in mijn schrijfkamer.

Vorig jaar om deze tijd stond ik aan de vooravond van een hele schrijfmaand in het Roland Holst Huis in Bergen. Een plek die veel betekend heeft voor mijn schrijven.
Nu is er een vrijwel unieke kans voor wie nieuwsgierig is naar dat bijzondere schrijvershuis: op 30 oktober is er namelijk open huis. Bovendien zijn er optredens van schrijvers.

Open dag 30 okt. Roland Holst Huis Bergen

Weblog november 2010 - Verblijf in Roland Holst Huis

zaterdag 6 augustus 2011

Een zee van tijd (3)

Tijdens mijn vakantie heb ik mijn hangmat ook wel verlaten, ik ben zelfs nog het erf af geweest. Eten bij vrienden en andere spontane ontmoetingen, wandelen, fietsen, film, tuinieren, accordeon spelen.
Maar ik heb vooral ook veel gelezen, vele honderden bladzijden. Tien boeken op de huiskamertafel probeerden de afgelopen maanden vergeefs mijn aandacht te trekken. Bijna allemaal uit! Ik kan weer eens een boek kopen zonder de onvermijdelijke vragen: wanneer lees ik het, en waar láát ik het in mijn boekenkasten (in juni had ik al voortvarend zeker een meter boeken de deur uit gedaan)?
En mijn uitpuilende tijdschriftenmand: leeg, op twee overzichtelijke tijdschriften na. Een opgeruimd gevoel.

Waar ik helemaal opgetogen over ben, is het feit dat ik flink wat geschreven heb. Het hoefde niet en toch/dus? had ik er zin in.
Vandaag heb ik maar liefst twee manuscripten naar uitgevers verstuurd. Niet dat ik die boeken in deze twee weken heb geschreven. Nee, ze kregen eindelijk hun laatste revisie en afronding.
Een roman voor volwassenen met de werktitel Zeezucht had ik al eerder voltooid, maar ik heb hem opnieuw gerererereviseerd. Op mijn website staat een fragment te lezen, het begin van het boek:

Ook heb ik het kinderboek voltooid met de werktitel Schelpen. De eerste versie rondde ik af toen ik in november in het Roland Holst Huis in Bergen werkte. Ik schreef er eerder over op dit weblog:

Zelf ben ik op dit moment heel voldaan over het resultaat. Maar wat vindt de uitgever?
Het lange, bange wachten is begonnen. Zelfs na 25 boeken blijft het elke keer weer spannend en zeker deze twee boeken liggen me na aan het hart.

dinsdag 5 juli 2011

Zomerbloei

In een jaar weblog scoorde het aantal blogs over de natuur verrassend hoog, constateerde ik gisteren tot mijn verbazing. Maar ook vandaag stuit ik weer op een natuuronderwerp. Nou ja, natuur?
Zoals J.C. Bloem al schreef in zijn gedicht 'De Dapperstraat' (inderdaad van: domweg gelukkig in de Dapperstraat):

Natuur is voor tevredenen of legen.
En dan: wat is natuur nog in dit land?
Een stukje bos, ter grootte van een krant. (...)

Verder dan mijn achtertuin hoefde ik vandaag niet te gaan om weer verrukt stil te staan. Nog nooit eerder is het mij gelukt een stokroos in bloei te krijgen, hoewel het een supergemakkelijke plant schijnt te zijn.
Maar vandaag genoot ik toch een kleine triomf. Getuige de knaaggaatjes in het blad is hij wellicht ternauwernood ontkomen aan vraat die ook deze keer weer de bloei in de kiem had kunnen smoren.

Hoewel hij al enkele weken bloeit, geniet ik elke dag van de acanthus die dit jaar voor het eerst in bloei kwam. Deze bijzondere plant is me ook zeer dierbaar vanwege zijn herkomst.
Ruim twee jaar geleden bracht ik voor de eerste keer een heerlijke maand door in het schrijvershuis van Adriaan Roland Holst in Bergen. Ik genoot die aprilmaand intens van de prachtige tuin en na zeven jaar flat voelde ik daar voor het eerst weer de sterke behoefte aan een tuin. Van de tuinman kreeg ik een stekje acanthus mee, voor op mijn balkon.
Toen kon ik niet vermoeden dat ik al binnen een half jaar de acanthus in de volle grond van mijn eigen tuin kon poten. De acanthus heeft het hier zichtbaar naar zijn zin en floreert op de nieuwe stek, evenals ikzelf trouwens.


donderdag 14 april 2011

Schrijvershuis

Het is al meer dan vier maanden geleden dat ik de deur van het Roland Holst Huis in Bergen achter me dichttrok. Eind november verliet ik na een maand het schrijvershuis met half voltooid werk, aanzetten en opzetjes, en vooral veel bezieling om verder te schrijven.
Het kwam er de afgelopen maanden helaas niet van, maar hopelijk heb ik nog tijd van schrijven.
Het schrijvershuis, waar ik ook al in april 2009 mocht werken, heeft een bijzondere plaats in mijn hart. Ik hoor dan ook graag de verhalen van collega's over hun ervaringen daar.

Pas ontdekte ik een aardig videootje van het Financieel Dagblad over Het Huis: 'In de rij voor een schrijvershuis'. Daarin vertelt Gijs IJlander over zijn verblijf en over zijn werk in het schrijfkamertje van Adriaan Roland Holst.
Ikzelf heb daarboven overigens nooit een letter op papier gekregen. Bij het schrijven heb ik een kamer met uitzicht nodig en ruimte om me heen. Aan die behoefte voldeed de kamer beneden ruimschoots.

Het filmpje geeft een mooie indruk van onder meer het schrijfkamertje, het gastenboek en de omgeving:
http://videoplayer.neos.nl/fd/index.php?item=2310


http://annievangansewinkel.blogspot.com/2010/11/laatste-blik.html

dinsdag 30 november 2010

Laatste blik

Een laatste blik nog bij het tuinhek, de sleutels inleveren en toen zat mijn schrijfmaand in het Roland Holst Huis er onverbiddelijk op.
Gisteren hoopte ik even dat ik zou insneeuwen en dat de decemberschrijver het huis niet kon bereiken. Ik had met alle plezier nog een paar weken willen blijven om langer te schrijven.
Maar het is ook wel goed om onderhand onder de mensen te komen. Dus vanaf morgen is er weer de agenda: cursussen creatief schrijven, bedrijfstraining zakelijk schrijven en andere werkklussen.
Aan de schrijfprojecten die ik in Bergen ben begonnen, zoals het kinderboek en de thriller, kan ik de komende maanden flink vooruit.


schrijflogboek
Roland Holst Huis
 Ik heb nog meer ideeën opgedaan. Allerlei gedachten en reflecties staan genoteerd in mijn schrijflogboek dat ik vorig jaar voor mijn verblijf in het huis in gebruik nam.
Na deze maand is het ook nog niet vol. Er is ruimte voor zeker nog een maand. Wie weet, kan ik nogmaals terug en uiteraard niet alleen om mijn schrijflogboek vol te schrijven.
Maar een mens, en ook een schrijver, moet kunnen leven met lege bladzijden. Terugkijken op veel moois helpt daarbij. 

maandag 29 november 2010

Afscheidstoerneetje

vuurtoren
 Egmond aan Zee
Vandaag heb ik een afscheidstoerneetje gedaan om mijn verblijf hier af te ronden. Een wandeling over de Nesdijk en langs het Paddenpad naar Sams plekje, waar ik eerder over schreef op dit weblog.
Gisteren had ik al mijn laatste bezoek aan het strand gebracht, niet dat van Bergen aan Zee dat er de laatste weken onttakeld bij ligt door de zandsuppletie.
Het strand van Egmond is me ook vertrouwder, omdat ik daar al lang meerdere keren per jaar heenga. Doorgaans is dat voor een schrijfretraite, met zicht op zee.

Ik ben slecht in afscheid nemen en ook het afscheid van de zee valt me soms zwaar. Maar gisteren heb ik het leed meteen verzacht. Ik heb mezelf namelijk voor het voorjaar alvast weer een schrijfweek in Egmond in het vooruitzicht gesteld.

De geest van de schrijver

In dit huis van Roland Holst is bijna 90 jaar geleefd, geleden en geschreven. Ongeveer 40 jaar door de dichter zelf, daarna door zijn vriendin en sinds 2002 dient het als schrijvershuis met elke maand weer een andere bewoner.
Sommige collega's hebben hier gebeurtenissen ervaren waarin zij de geest van de schrijver voelden. Een andere schrijver constateerde juist in het gastenboek: 'Hij heeft helaas niet gespookt zoals de geruchten wilden.'
Schrijfster Claire Polders die hier in augustus werkte schreef er ook over in haar weblog.

Ik voel in dit huis in elk geval wel de aanwezigheid van schrijvers en dat stimuleert me vooral om de kostbare tijd ook goed te benutten. Verder is het in huis rustig en stil, dit jaar zeker.
De meeste geluiden herken ik nu, zoals de verwarmingsketel die eerst mompelt en dan aanslaat. Vorig jaar kon een deur zomaar ineens lichtelijk kreunend opengaan. Inmiddels is hij goed afgehangen, neem ik aan.
Ook was er die eigenaardigheid met de computer. Meestal wanneer ik de e tikte, kwam er ook een e. Maar op onvoorspelbare momenten verscheen echter het woord 'Eleutherius'. Een plantennaam, dacht ik, maar het bleek de naam van een christelijke martelaar lang geleden en in de middeleeuwen een bisschop. Gelukkig was ik niet de enige die dit overkwam, anders was ik toch ernstig aan mezelf gaan twijfelen. Ik hou het op een geintje van een schrijver die handig was met computers. Nu is de e alleen nog maar een e.
En dan nog een slaapkamergeheim uit dit huis: in een laken trof ik onuitwasbare inktvlekken en pennenstreken. Had de eerste bewoner van dit huis daar welllicht de hand in of toch een eigentijdse collega?
Maar wie schrijft er nou in bed?

augustus 2010, blog Bergen, nr. 19 http://www.clairepolders.nl/

zaterdag 27 november 2010

Bezienswaardigheid

Roland Holst Huis
april 2009
Toen ik hier op 2 november het tuinhek opendeed, viel me meteen het schildje naast het huisnummer op: gemeentelijk monument. Vorg jaar april hing dat er nog niet.
Maar ook vorig jaar al stond het Roland Holst Huis als bezienswaardigheid opgenomen in allerlei wandelroutes. Praktisch elke dag houden wel mensen voor het hek stil en proberen ze zicht te krijgen op het pand dat voor een aanzienlijk deel schuilgaat achter een taxushaag.
Wellicht proberen ze ook een glimp op te vangen van de schrijver die er op dat moment werkt. Als ik mensen zie die mij ontwaren, voel ik me vreemd genoeg enigszins  beschroomd en als ik niet hard aan het werk ben zelfs betrapt.

In het gastenboek van dit huis schreven andere schrijvers al over het fenomeen passanten. Zo noteerde een mannelijke collega: 's Zondags staan er vaak mensen stil, die eerst het bordje lezen en je dan verbaasd aanstaren: is hij het of is hij het niet? Hij was toch dood? Hij lijkt er ook niet op. Is die vent dan familie?

Andere voorbijgangers kennen het huis en zijn geschiedenis wel en hebben zelfs misschien Adriaan Roland Holst ('Jany' voor intimi, 1888-1976) nog gekend. Toen ik vorig jaar eens in de tuin zat te schrijven, hoorde ik een man op de fiets zijn gezelschap wijzen op: 'Jany zijn hof.'

Een van de wandelroutes: http://www.trouwcommunities.nl/groen/natuurtochten/45.html

vrijdag 26 november 2010

Schelpen

Mijn nieuwe kinderboek 'Schelpen' is af!

En nu eerst gauw de disclaimer: het is pas de eerste versie, handgeschreven. Er is een langdurig proces nodig van intikken, opbouw en stijl goed bekijken en over de lezersgroep heb ik ook nog geen duidelijk beeld. Vervolgens is er revisie nodig, en revisie en revisie. Samengevat: er kan nog van alles gebeuren.
P.S. 'Schelpen' is slechts de werktitel.

Anderhalf jaar geleden legde ik in dit huis de basis voor het boek. Ik maakte een opzet en schreef de eerste drie hoofdstukjes. Daarna was ik er nauwelijks meer mee bezig.
Toen ik vorige week de draad toch weer oppakte, bleek de opzet veel hechter in elkaar te zitten dan hij in mijn herinnering was. Het verhaal bleek bovendien gerijpt in mijn hoofd en na enkele dagen hard werken stáát mijn nieuwe boek.
Vanmiddag noteerde ik in mijn schrijflogboek:

Veel zit erin, anderzijds is het sober, ijl, poëtisch. Ik zie er thema's in als: leven, dood, liefde, aanvaarding, keuzes maken, leren van het leven. Kortom: wat leven is.
Goed om te merken dat ik een paar dagen helemaal in dit boek kon zitten. Zojuist stuurde ik mezelf even de polder in, omdat ik gisteren ook al niet verder dan de voortuin was geweest.
Maar ik kon niet goed wegkomen. Met mijn jas al aan heb ik staand aan het bureau het voorlaatste hoofdstuk geschreven, een zware scène nota bene: opa is net doodgegaan.
Nu ben ik leeg, hoef ik vandaag ook niets meer.
Opmerkelijk dat dit verhaal na een draagtijd van anderhalf jaar zo'n vlotte bevalling kent. Niet-werken is waarschijnlijk onbewust toch wel werken geweest.

donderdag 25 november 2010

Eerste sneeuw

'De eerste sneeuw van het jaar', de titel van een boek van Hubert Lampo.
En  vanmorgen gewoon een feitelijke mededeling. Hier en daar lagen wat wriemeltjes sneeuw, als voorbode van de nieuwe winter, zoals de sneeuwklokjes subtiele voorboden zijn van het voorjaar.
Natte sneeuw, dacht ik, maar tot mijn verbazing bleef de sneeuw op het dak - toegegeven, geen dik pak - nog vrij lang liggen.
De auteur die hier afgelopen januari was, meldde in het gastenboek overigens dat het Roland Holst Huis die maand maar drie dagen niet  wit was geweest.

woensdag 24 november 2010

Schrijven over schrijven (2)

Tijdens mijn verblijf deze maand in het Roland Holst Huis hou ik met een zekere onregelmaat een schrijflogboek bij. Ideeën, onrijp en groen, overwegingen over schrijven en mijn vorderingen en tobberijen.
Een citaat uit wat ik schreef op 22 november:

Ik moet oppassen dat ik niet te veel schrijf óver het schrijven in plaats van dat ik echt verder schrijf aan iets. Toch een soort faalangst?
Daar heb ik mezelf anders nooit op kunnen betrappen. Ik kan toch altijd weer weggooien.
Maar misschien ben ik wel bang om mijn kostbare schrijftijd hier te vermorsen aan iets wat toch niet levensvatbaar is.
Hoogstwaarschijnlijk kom ik daar echter pas achter als ik er al wat, en wellicht zelfs al veel, aan heb geschreven.
Over 'Buiten de lijntjes' heb ik nog steeds mijn aarzelingen. Anderzijds denk ik dat het toch moet kunnen: humor en diepgang.
Maar misschien kan ík het niet, althans in het schrijven niet. In mijn persoonlijk leven wel.
(...)
Is dit trouwens niet heel erg meta: schrijven over schrijven over schrijven.

En vandaag schrijf ik dus een blog over schrijven over schrijven over schrijven. Als dat geen Droste-effect is.

http://annievangansewinkel.blogspot.com/2010/11/schrijven-over-schrijven.html