woensdag 27 april 2016

Problemen?

'Waarom komen er altijd problemen voor in uw boeken?' Met heldere blik keek de jongen me aan.
Nou, altijd? wou ik zeggen. Maar zijn oprechte nieuwsgierigheid dwong me zijn vraag extra serieus te nemen.

Ik keek naar het stapeltje van ongeveer 10 van mijn boeken die ik had meegenomen naar RSG Tromp Meesters in Steenwijk. Daar kreeg ik vorige week 2 vmbo-groepen en 2 klassen uit het Praktijkonderwijs voor me. Altijd weer een feestje om Tromp Meesters te bezoeken. Ook deze keer hadden de leerlingen het met hun docenten goed voorbereid.
Ik liet de boeken achtereenvolgens door mijn handen gaan en somde op: alcoholprobleem moeder (Zat), vader gaat vreemd (Vreemdgaan), zusje overlijdt (Liedje van verdriet), criminele bende op school (Vriend of dealer?), een onmogelijke liefde (Eén meisje, twee jongens), jongeren in een pleeggezin (Niemandsdochters).
Alleen De superhoofdprijs ging over iets vrolijks, hoewel het winnen van die megaprijs natuurlijk ook weer nadelen had.
Ik schoot in de lach om dat stapeltje treurnis voor mijn neus en de klas lachte mee. Maar die jongen had dus wel een wezenlijke vraag gesteld.

Gaat het mij vooral om het beschrijven van ellende? vroeg ik me hardop af. De klas moet mijn zoeken hebben aangevoeld, het was nog stiller geworden.
Wat ik vooral wil laten zien, is hoe mijn personages met die ellende omgaan. Dat ze sterker zijn dan ze denken, dat hun veerkracht groot genoeg is om het te doorstaan, dat ze hulp vragen, steun krijgen van mensen om hen heen, troost vinden in bijvoorbeeld tekenen of sporten.
Allemaal krijgen we in het leven onze portie beproevingen, al lijkt dat overigens niet altijd volgens een eerlijke distributie te gaan. Maar hoe ga je daarmee om en hoe kom je eruit?
Dit antwoord bedacht ik daar ter plekke in die 2 vmbo basis/kaderklas.
En ook nu nog sta ik erachter.

Al vele jaren bezoek ik scholen en bibliotheken en er zijn al ontelbaar veel vragen voorbijgekomen. Maar deze in wezen eenvoudige waarom-vraag was briljant, want hij zette me aan het denken over een belangrijk thema dwars door mijn werk heen.
Zo komt er tijdens een bezoek een echte uitwisseling tot stand van gedachten en ervaringen en blijf ik ook leren. Dat komt zeker door de openheid van de leerlingen die een inkijkje geven in wat hen bezighoudt.

In twee klassen werd ik bovendien verrast met een presentatie door leerlingen over mijn jongerenboek Vreemdgaan. Zowel Lieke en Ilse (zie foto) als Demy en Melody bespraken op vlotte wijze verhaal, thema, titel en vorm van mijn boek.
Daarmee boeiden ze hun klasgenoten en kregen ze mijn bewondering.
Applaus voor de presentaties en voor de andere leerlingen, zowel vragenstellers als luisteraars. En die vermeende korte spanningsboog van deze leerlingen? Weinig van gemerkt, terwijl mijn lezing per klas liefst 50 minuten duurde.

zondag 10 april 2016

Een rondje Veenhuizen

Zicht vanuit pastorie Veenhuizen bij ochtendlicht
Een rondje Veenhuizen, dat valt nog niet mee. Alles is namelijk recht in Veenhuizen: de vaarten (wieken genoemd), de gebouwen en de wegen. Vanaf de hoofdweg Kolonievaart leiden alle wegen in rechte lijn naar de gevangenissen (gestichten). Veenhuizen is zo te zien op de tekentafel ontworpen.
De strengheid van heropvoeding, aanpak van landlopen en bedelarij en bestraffing van criminelen, het dorp is ervan doordesemd. De huizen van het hogere gevangenispersoneel dragen de moraal in opschriften: Orde en tucht, Bid en werk, Bitter en zoet, Controle. Het huis met het bord Levenslust springt naar mijn gevoel dan ook danig uit de band, al oogt het even streng.
Tot 1983 woonden er in Veenhuizen alleen mensen die iets met het gevangeniswezen te maken hadden. Hun woningen weerspiegelden hun positie. Promoveerde pa, dan verhuisde het hele gezin naar een woning met meer status en bijbehorende privileges.

Dood gaan we allemaal, maar ook bij de doden was er onderscheid, zoals te zien is bij het Vierde gesticht, de begraafplaats.
Ook het geloof verdeelde, zoals zichtbaar is op het terrein bij de katholieke en de protestantse koepelkerk. Daar staan nog altijd twee urinoirs. Toen de gedetineerden in het dorp ter kerke gingen, hadden de twee kerkelijke stromingen hun eigen urinoir.

Die bouwwerkjes hadden een licht gebogen vorm, evenals het naastgelegen Domineesbosje waar volgens de verhalen tussen de kronkelpaden soms van alles gebeurde wat God verboden had.
Beuk Domineesbosje

Want ogenschijnlijk is alles recht in Veenhuizen en het onderscheid tussen goed en kwaad duidelijk gemarkeerd. Maar wat is goed en kwaad?

Drie weken woonde ik in de pastorie die tijdelijk schrijvershuis is. Vaak keek ik door het raam naar de belendende katholieke kerk, de oprijlaan en dan rechts de eikenbomen van de Pastoor Smitslaan, waar ik graag even wandelde.
Op de foto is te zien hoe een zonsopgang links het domineesbosje en rechts de pastoor Smitslaan in dezelfde gloed zette. Even was alles één.
Veenhuizen, in de drie weken dat ik er echt woonde, is het me nog liever geworden en fascineert dit ongewone dorp me nog meer.


Nog nooit in Veenhuizen geweest? Alleen al voor het Gevangenismuseum loont de reis.
En verder: Het stuk Koloniekak waarover ik eerder schreef, wordt in 2016 en 2017 nog een aantal keren vertoond.
In juni gaat het theaterstuk naar Het Pauperparadijs van Susanna Jansen in première.


De pastorie eens met eigen ogen zien? Laatste kans in juni 2016.
Dan geeft schrijfster Mariët Meester lezingen over haar boek Hollands Siberië en rondleidingen in dit bijzondere monument. Data en meer informatie op de website van Mariët Meester.



Eerdere blogs over mijn schrijfretraite in Veenhuizen 

Eerder blog over Koloniekak 

Theater Het pauperparadijs 

dinsdag 5 april 2016

De pastorie in Veenhuizen

Bijna drie weken verbleef ik in de pastorie in Veenhuizen, een bijzondere plek. Ik hield er een schrijfretraite en maakte daar eerder dit blog over.
Schrijfster Mariët Meester beheert de pastorie die tijdelijk als schrijvershuis dient en zij schreef er zelf onder meer Hollands Siberië.

In die roman beschrijft ze de tijd van 1936 tot 1950 waarin pastoor Peter Pex, zoals zij hem noemt, de rooms-katholieke zielenherder van Veenhuizen was. Ik las het boek begin dit jaar al geboeid, vanwege mijn fascinatie voor Veenhuizen maar ook door de manier waarop zij een goedwillende man tot leven brengt die ten onder gaat omdat hij zijn hart volgt.
Gelukkig hebben de inwoners hem achteraf toch een eer bewezen door de eikenlaan, voor mij een van de mooiste plekken van Veenhuizen, vlakbij de pastorie zijn naam te geven. 


Tijdens mijn verblijf in de pastorie heb ik het boek herlezen. Heel bijzonder om een paar weken te wonen in het huis waar het verhaal zich afspeelt. Ik kookte in de keuken waar zijn huishoudster veel tijd doorbracht. Ik wist precies waar de kamer was van de kok, de koster, de kapelaan en waar tijdens de oorlog de vergaderingen van het verzet waren. Mijn bed stond in de slaapkamer van meneer pastoor. En de vele vogels in de tuin heeft hij destijds ook gehoord.

In de huiskamer hangt een prachtig portret van de pastoor dat vaak mijn aandacht trok. Het is geschilderd door Adolf Gantzert, die in Veenhuizen gedetineerd zat vanwege zijn oorlogsverleden.
Hij is ook de schilder die tijdens zijn gevangenisstraf de indrukwekkende gewelfschildering heeft gemaakt in de apsis van de katholieke kerk.

Sinds enkele jaren is de kerk gesloten en alleen bij bijzondere gelegenheden toegankelijk. Ik was dankbaar dat ik de gelegenheid kreeg om binnen te kijken.
Daar liep ik in mijn eentje en in stille bewondering naar de schildering in het gewelf te kijken. De verder sobere kerk krijgt er iets lichts door en de christusfiguur zweeft bijna langs het uitspansel.
In de schildering van het laatste avondmaal blijkt de schilder zichzelf ook te hebben afgebeeld. Het verhaal wil dat zijn kleindochter hem herkende in de figuur linksonder met de stok.


De pastorie eens met eigen ogen zien? Laatste kans in juni 2016.
Dan geeft schrijfster Mariët Meester lezingen over haar boek Hollands Siberië en rondleidingen in dit bijzondere monument. Data en meer informatie op de website van Mariët Meester.


Video Mariët Meester over boek Hollands Siberië, pastoor en pastorie

Website Katholieke Kerk Veenhuizen

vrijdag 1 april 2016

Schrijfretraite Veenhuizen

Sinds enkele dagen ben ik weer thuis in Wageningen na een schrijfretraite van bijna drie weken in Veenhuizen.
Thuis kan ik prima schrijven, maar een andere plek weekt me los van de dagelijkse besognes, verruimt mijn blik en leidt op zijn minst tot nieuwe ideeën.
In het Drentse Veenhuizen verbleef ik in de pastorie die tijdelijk in gebruik is als schrijvershuis.
Schrijfster Mariët Meester doet het beheer en dankzij haar kan elke maand een schrijver zijn intrek nemen in het monumentale pand, met heuse oprijlaan. Heel jammer dat de Rijksvastgoeddienst vanaf juli een andere bestemming voor het pand heeft. De afgelopen jaren zijn er mooie dingen ontstaan in de pastorie. Alleen al twee goede boeken van Mariët: 'Koloniekak' en 'Hollands Siberië', overigens ooit bijnaam voor Veenhuizen.
Op slechte dagen heeft Veenhuizen en omgeving iets desolaats en toch vind ik het vooral een fascinerend dorp. Nog steeds zijn er twee gevangenissen in bedrijf: Esserheem en Norgerhaven, waar Noorse gedetineerden zitten.



Ik vertrok met onderhanden werk naar de pastorie, maar hoopte ook op nieuwe ideeën te komen. In mijn eentje en in stilte leidde dat tot concentratie en inkeer. Het was goed dat ik enkele keren voor training en cursus terug moest naar Wageningen. Je wordt toch een beetje raar als je alleen alleen bent.

Naast enkele kleine schrijfklussen zag ik ineens de vorm voor een boek waar ik al jaren over denk.
Ongetwijfeld onder invloed van de omgeving - in de schaduw van de rk kerk en onder het oog van pastoor Smits wiens fraaie portret in de woonkamer hangt - begon ik ook te graven naar mijn roomse wortels. Aanzet tot een verhaal over vrome vrouwen in onze familiegeschiedenis.
Voor een nieuw jongerenboek mocht ik zelfs 'veldonderzoek' doen in gevangenis Esserheem waar ik uitgebreid informatie en een rondleiding kreeg.
Ik ben vaker in gevangenissen geweest, maar het maakt elke keer indruk.
Nu ik weer thuis ben, wordt het de kunst om alle ideeën uit te werken en ook hier rust en concentratie te vinden. Misschien moet ik mezelf af en toe maar huisarrest geven.